Foto

Het maken, bewerken en presenteren van foto's.

Ook zonder professionele fotostudio aan huis kun jij de mooiste foto's maken. Probeer bijvoorbeeld eens om een stilleven te fotograferen. Moeilijker dan je zou denken, maar zeker niet onmogelijk met deze 5 tips!
 

Als fotograaf heb je bij het maken van een stilleven de controle over alle factoren. Dat maakt het aan de ene kant heel erg moeilijk, aan de andere kant is er geen fotografiegenre waar je meer mee kunt experimenteren dan bij stillevens. Stillevens maak je gewoon thuis en kunnen het hele jaar door. Jouw nieuwe opgedane kennis over schaduwen en scherptediepte kun je vervolgens inzetten bij alle vormen van fotografie die je interessant vindt.

Tip 1 Combinatie en plaatsing

Denk goed na over de combinatie van objecten. Een stilleven moet er niet uitzien als een kleedje op de vrijmarkt. Met andere woorden, geen bijeengeraapte rommel. Met jouw stillevens vertel je het liefst een verhaal of toch in ieder geval een thema. Je kunt er ook voor kiezen om maar één object te fotograferen. Dan is de plaatsing des te belangrijker. Zo maak je al snel een close-up omdat de details van het object zo interessant zijn dat ze de hoofdrol moeten spelen.

Tip 2 Samenstellen van je stilleven

Het blijft niet bij de combinatie en plaatsing van objecten alleen. De sfeer eromheen moet ook goed zijn. Ga bewust met je voor- en achtergrond om. Zoek een ondergrond die egaal is, zoals een tafellaken of iets robuusts als een plank. Voor de achtergrond ga je hetzelfde te werk.

Tip 3 Opbouwen van je stilleven

Maak van te voren een schetsje van hoe je denkt dat je het wil hebben. Zet je camera op een statief en begin met opbouwen. Kijk regelmatig door de zoeker of de compositie overeenkomt met je schets en dus je ideale plaatje.

Tip 4 Licht

Licht is enorm belangrijk. Met licht verhef je jouw stilleven van een simpel kiekje naar een kunstwerk. Daglicht is vaak wat te gewoontjes. Met softboxen en flitsparaplu’s kun je het licht zo sturen als je zelf wilt. Als je die niet in bezit hebt, kom je ook al een eind met een simpele bureaulamp als spotlight en wat aluminiumfolie als reflectiescherm. Lekker knutselen!

Tip 5 Sluitertijd

Als je werkt met kunstlicht is het belangrijk om je camera-instellingen in de gaten te houden. Met name je sluitertijd zal moeten worden aangepast op de constructie van licht die je hebt gebouwd. Doorgaans zal je een stilleven met een wat langere sluitertijd moeten maken. Maar dat is absoluut geen probleem wanneer je met een statief werkt en je onderwerp niet wegloopt.

Ga aan de slag met onze tips voor het maken van een stilleven, wees creatief.

Aspect ratio? Misschien heb je wel een idee van wat het is en waarom het belangrijk zou zijn voor fotografie, maar kun je er niet helemaal de vinger op leggen. Leer dan hoe je de aspect ratio helemaal naar je hand kunt zetten.
 

Aspect ratio is de verhouding tussen de lange zijde en de korte zijde van een beeld. Veelgebruikte aspect ratio’s, beeldverhoudingen, zijn 2:3, 3:4, 16:9 en natuurlijk 1:1. De meest gangbare aspect ratio voor DSLR-camera’s is 2:3. Dit formaat is gebaseerd op de analoge 35mm filmrolletjes waarbij negatieven 24mm bij 36mm zijn. Er is in de beeldverhouding geen verschil in APS-C of full frame sensors. De één is 22,5 bij 15mm en de ander 36 bij 24mm. Dit is een verschil in oppervlakte, maar de verhouding tussen de twee maten blijft hetzelfde.

Door de verhouding tussen de twee zijdes van je foto te veranderen, kun je het gevoel van je foto veranderen. Neem een foto van een landschap bijvoorbeeld. Als je die breedbeeld presenteert, bijvoorbeeld 16:9, dan benadruk je het weidse gevoel van het landschap dat je hebt gefotografeerd. Nog een stukje extremer wordt het als je kiest voor een panorama.

En als je een flatgebouw in de hoogte fotografeert, werkt deze beter in portretstand en met een verhouding 1:2 dan bijvoorbeeld 4:5. Die laatste is in verhouding een stuk breder.

Gevoel van tijd door de beeldverhouding

In films doet de aspect ratio nog iets anders. In vroegere tijden waren de televisietoestellen nog geen breedbeeld en als een filmdirector er nu voor kiest om de aspect ratio van 4:3 aan te houden, geeft dat de film meteen een  gevoel van nostalgie. Soms wordt er in een film zelfs gebruik gemaakt van meerdere aspect ratio’s om het verschil in tijd aan te duiden. Bekijk onderstaande video om een idee te krijgen hoe belangrijk aspect ratio is voor het gevoel van tijd dat de filmmakers willen neerzetten.

Vooraf aspect ratio bepalen of later uitsnijden?

In sommige camera’s kun je voordat je gaat fotograferen al een keuze maken voor de aspect ratio. Dit heeft als voordeel dat je meteen kunt zien hoe de foto eruit gaat zien. Een nadeel is dat je er achteraf niet een stukje bij kunt snijden als je er toch achter komt dat de compositie iets krapper op de rand is, dan je misschien had gewild. Komt dit vaak voor, kies er dan voor om de beeldverhouding in de nabewerking aan te passen. Je kunt de foto dan croppen hoe je zelf wilt, in het formaat wat voor jou het beste werkt.

Ga bewust om met aspect ratio

Het is aan te raden om bewust om te gaan met de beeldverhoudingen in je foto. Werk je bijvoorbeeld wel eens in opdracht? Vraag de klant dan van te voren wat ze met de foto’s gaan doen. Zo kun je niet alleen bepalen of je je foto’s liggend of staand maakt, maar ook in welke aspect ratio je ze aanleveren zal.

Je huisdier fotograferen is heel leuk om te doen, maar hoe pak je dit aan? Aandacht van je huisdier krijgen is één ding, maar de blik richting de camera krijgen is een hele kunst. Hier volgen enkele tips om je huisdier zo goed mogelijk op de foto te krijgen.
 

1.       Gebruik geen flits

    Als je je huisdier gaat fotograferen kijk dan uit met het gebruiken van de flitser. Huisdieren kunnen schrikken en zich afwenden van de camera door het felle licht. Zorg voor goede verlichting of gebruik continu licht. Als je besluit om een foto van je huisdier buiten te maken doe dit dan niet in het directe zonlicht. Hierdoor krijg je vaak harde schaduwen. Een laagstaande zon, zoals bij zonsopkomst of zonsondergang, is waar je beter voor kunt kiezen.

2.       Actief bezig zijn

Als je er voor kiest om buiten een foto te maken van je hond kan je hem beter eerst laten rondrennen. De energie kwijtraken. De aandacht van je hond zal alle kanten op gaan en hij zal dan geen aandacht hebben voor de camera. Na het rennen zal je hond een stuk rustiger zijn en zal hij zich beter laten sturen. Een ander bijkomend voordeel is dat als honden hijgen het net lijkt of ze lachen! Dus in veel opzichten is deze tip er echt een om te proberen! Anderszins kun je natuurlijk ook al beginnen met fotograferen terwijl je hond aan het ravotten is. Op die manier schiet je misschien nog wel een paar mooie actiefoto’s! 

3.       Fotografeer op ooghoogte van je huisdier

Vanuit een laag standpunt krijg je vaak een mooiere foto van je huisdier dan wanneer je van bovenaf fotografeert. Zoek een plek waar je op ooghoogte kan zitten met je huisdier en leg zo je huisdier op een fantastische manier vast. Met een laag standpunt zul je ook zien dat kleine dieren vaak groter en indrukwekkender lijken. Dus het fotograferen van je hamster is ook hartstikke leuk op deze manier!

Als je het woord telelens letterlijk neemt, zou je denken dat een telelens alleen geschikt is om zaken in de verte te fotograferen. Je kunt er echter heel veel meer mee doen.
 

Een telelens haalt niet alleen dichterbij maar geeft een heel ander beeld dan wanneer je gewoon zelf ergens dichterbij zou komen. Ook zijn er nog speciale telelenzen voor portretten, wild en noem maar op.

Wat is een telelens nu eigenlijk? Heel simpel gezegd: alles wat echt langer is dan een standaardlens. Een standaardlens is een lens die ongeveer hetzelfde ziet als wij zien. Je zou ook kunnen zeggen: hij vergroot 1 keer. Voor een aps-c-camera (bijvoorbeeld de Nikon D3400, de Canon EOS 1300D of de Sony a6000) is een standaardlens ongeveer 33mm lang (zie ook kader: Vergroting, brandpuntsafstand en cropfactor). Het tele-effect moet wel zichtbaar zijn, dus je zou kunnen zeggen dat dat begint bij ongeveer 1,4 keer. Houdt het ook ergens op?

Theoretisch is er geen bovengrens, maar praktisch gezien houdt het wel op bij ongeveer 20 keer. Daarboven wordt een lens wel heel erg groot, misschien met uitzondering van speciale superzoomcamera’s. We noemen het overigens een telelens tot een vergroting van 6 keer. Daarboven spreken we eerder van supertelelenzen.

Wat niet iedereen weet, is dat de meeste camera’s al een heel klein telelensje hebben. Een heel eenvoudige zoomlens is in zijn ingezoomde stand namelijk een telelens met een vergrotingsfactor van 1,5 keer. Voor portetten of foto’s waarbij je mensen een beetje dichterbij wil halen is dat net lang genoeg. Het nadeel van zo’n klein zoomlensje is dat het niet zo lichtsterk is. Wil je echt een mooi portret maken met een achtergrond die uit mooie kleurvlakken bestaat zodat de aandacht helemaal naar de persoon gaat, dan is een lichtsterke portretlens ideaal.

Korte tele

Ben je de gelukkige bezitter van een full frame-camera dan heb je een enorme keuze aan 85mm-lenzen, met vaak de enorme lichtsterkte van f/1.4 en soms f/1.2. Eerlijk gezegd is dit het ideaal. De grote namen als Nikon, Canon en Sony en zeker Zeiss vragen een behoorlijk bedrag voor zo’n lens met de lichtsterkte van f/1.4, maar de kwaliteit is er dan ook naar. Er zijn ook goedkopere alternatieven, onder andere van dezelfde merken met lichtsterkte f/1.8.

Voor MFT bestaan er ook vergelijkbare portretlenzen met een brandpuntsafstand van 42,5mm en voor het 1-inch-systeem van Nikon zelfs een 32mm f/1.2. Heb je een aps-c-camera (zoals de meesten), dan ben je enerzijds in een goede positie, anderzijds in een slechte. De grote merken denken namelijk dat wanneer je serieus gaat fotograferen, je een full frame-camera koopt. Gelukkig zijn er – behalve de aanschaf van zo’n camera - drie alternatieven. Allereerst zijn er (om en nabij) 60 of 70mm macrolenzen die zeer geschikt zijn voor portretten, al is de lichtsterkte wat beperkt. Lichtsterke zoomlenzen kunnen voor aps-c ook een alternatief zijn. Die zijn er in de lichtsterkte van f/2.8 tot zelfs f/1.8. Ten slotte kunnen die camera’s ook een standaardobjectief (50 à 55mm) voor een full frame-camera gebruiken. Alles is namelijk relatief, dus wat voor een full frame-camera een standaardlens is, wordt dankzij de cropfactor (1,5x) bij aps-c een lichte tele. Dat soort objectieven kun je al voor minder dan tweehonderd euro kopen. Ze zijn ook lichtsterk, al is hun achtergrondscherpte (bokeh) wat minder mooi dan dat van een 85mm voor full frame. Dat ligt aan het bokeh. De lichtsterke korte teleobjectieven zijn ook zeer geschikt voor het maken van foto’s bij concerten en toneelvoorstellingen en dergelijke, vooral als je niet mag of wil flitsen. Je moet dan wel op ongeveer tien meter afstand of minder van het toneel kunnen staan, anders heb je een langere telelens nodig.

Deze foto is gemaakt tijdens een Nikon-workshop popfotografie. We stonden op een relatief korte afstand van Guus Meeuwis vergeleken met de meeste bezoekers, maar desondanks kon je alleen met een zeer lange telelens een foto maken waar Meeuwis herkenbaar op stond. Deze foto is gemaakt met een 70-200mm f/2.8 en een Nikon 1-camera met een cropfactor van 2.7x. Dat leverde een brandpuntsafstand in full frame van 200 x 2.7 = 540 mm op, dus een vergroting van 11x. Met een aps-c of full frame-camera had je een vergelijkbare foto kunnen maken met een 500mm of 300mm met (full frame) of zonder (aps-c) converter.

Vergroting, brandpuntsafstand en cropfactor

Om lenzen precies aan te duiden, gebruiken we de brandpuntsafstand. Dat is simpel gezegd de lengte van de lens. Meer precies is het de afstand van het midden van de lens tot de sensor wanneer je scherpstelt op de horizon. Meestal zijn telelenzen net iets korter dan deze afstand, dankzij een optisch trucje, dat lijkt op het effect van een verrekijker.

Nu is de brandpuntsafstand gerelateerd aan het formaat van de sensor. Is de sensor groter, dan heb je ook een grotere lens nodig als je dezelfde foto wil maken. Populaire formaten zijn: full frame, aps-c en MFT. Full frame is het oude kleinbeeldformaat uit de pre-digitale tijd, dus een beeld van 24 x 36mm. Aps-c is een heel populair formaat, 1.5 x kleiner dan full frame, dus 18 x 24mm (bij Canon net ietsje kleiner). MFT is precies de helft van full frame. Bij kleinere camera’s is het 1 inch formaat toenemend populair. Het is 2,7 x kleiner dan full frame.

Diverse compact- en superzoom-camera’s gebruiken verder formaten die gemiddeld ongeveer 6 x 4,5 mm groot zijn, dus bijna zes keer kleiner dan full frame. Je krijgt dan relatief veel ruis, zeker bij weinig licht. Het voordeel is echter de compactheid. Een superzoomcamera als de Nikon Coolpix P900 heeft dan ook een brandpuntsafstand van 2000mm vergleken met full frame, bij een formaat dat vergelijkbaar is met een gewone reflexcamera. (De lengte is ingezoomd 14 cm; bij full frame zou dat ongeveer een meter (ingezoomd!) geweest zijn.)

Voetbalveld

Wil je echter op het voetbalveld een speler groot in beeld hebben die op z’n tien meter afstand staat, of een dier dat niet al te ver is, dan heb je niet zo veel aan een portretlens. Dan moet je al een gemiddelde zoom hebben die 4x of zelfs 6x vergroot. Dat is dan 135 tot 200mm aps-c (200-300mm full frame, 100-150mm MFT). Zo’n objectief is dan ook al geschikt om details van gebouwen en dergelijke weer te geven. Wil je een foto van iemand maken van top tot teen, die een beetje lijkt op een modefoto, dan kan dat ook prima met z’n objectief. Toch geldt hier hetzelfde als bij de portrettelelenzen, de mooiste effecten krijg je met een grote lichtsterkte.

Misschien heb je wel eens bij een sportwedstrijd fotografen gezien met telelenzen van een halve meter en meer. Dat zijn de echte grote telelenzen, die vaak ook vijfduizend euro of meer kosten. In ons voorbeeld van net zaten we op tien meter, maar wanneer je op dertig meter zit, en iemand vrijwel beeldvullend wil fotograferen, dan heb je een vergroting van 15x nodig. Dat is meteen een supertelelens. Bij aps-c is dat minimaal 400mm, bij full frame 600mm, bij MFT 300mm en bij 1 inch 220mm. Je ziet meteen waarom camera’s met een kleine sensor hier in het voordeel zijn: die kunnen toe met lenzen die nog vrij hanteerbaar zijn. Dat soort camera’s hebben dan weer nadelen wanneer er minder licht is. Sportfotografen zitten vaak aan die hele grote telelenzen vast, omdat ze een vaste plaats toegewezen krijgen en niet dichterbij mogen komen.

Bij het fotograferen van wild is zo’n grote toeter echter ook heel handig, want meestal is het moeilijk om dichterbij te komen. Bij vogels geldt dat ook en daar komt dan nog bij dat vogels vaak relatief klein zijn. Ook hier heb je dus behoefte aan echte grote teleobjectieven. De professionele objectieven zijn erg duur, onder meer omdat het speciale glas dat ervoor wordt gebruikt een jaar moet afkoelen voordat het geslepen kan worden. Gelukkig zijn er tegenwoordig betaalbare en goede lange telezooms, met een langste brandpuntsafstand van 500 à 600mm. De lichtsterkte is dan wel beperkt tot f/5.6 of zelfs f/6.3 - want ieder voordeel heeft zijn nadeel.

Psychologie en perspectief

Tot nu toe hebben we alleen over telelenzen gesproken met betrekking tot hun beeldvergroting. Telelenzen vergroten echter niet alleen het beeld, ze geven er ook een ander karakter aan. Je zou kunnen zeggen, ze geven rust aan het beeld. Dat is dan het psychologische effect: je ziet alles groot maar je ziet ook dat een foto van een afstand genomen is. Maar waar zie je dat aan? Dat zie je aan het perspectief. Perspectief heeft twee betekenissen: enerzijds is het je gezichtspunt en anderzijds de weergave van wijkende lijnen. Het gezichtspunt is simpel: je bent met en telelenzen al snel wat verder verwijderd.

De lijnen vertellen echter een ander verhaal. Waarschijnlijk heb je op school een poging gedaan in perspectief te tekenen. Dat is niet gemakkelijk, daarom maakten de schilders uit de gouden eeuw dan ook gebruik van kleine camera’s die een beeld projecteerden op overtrekpapier. Je noemt dit ook wel het geometrisch perspectief: het is eigenlijk zuivere meetkunde. Toch is het niet zo ingewikkeld, kijk maar naar deze afbeeldingen:

Deze foto’s zijn allebei precies vanaf dezelfde plaats genomen, met een gemiddelde groothoek (1e foto) en een telezoom (2e foto). De lijntjes over de foto geven het perspectief weer. Ze voeren naar het verdwijnpunt, het punt waar alle perspectieflijnen samenkomen. Het grappige is: bij de groothoekopname is dat duidelijk te zien, maar bij de telefoto lijkt het verdwijnpunt verdwenen te zijn. Het is er wel, maar het is zo verschrikkelijk ver weg, dat het niet op het papier van het blad past. Het perspectief is dus heel erg vlak. Daar kun je dus heel goed gebruik van maken bij het fotograferen. Je bereikt al heel snel een effect waarbij je ziet dat lijnen en vlakken zich herhalen. Dat komt omdat ze bijna even groot blijven, ook al zijn ze verder weg. Bij de volgende foto is daar gebruik van gemaakt.

Had je dezelfde foto gemaakt met een normale lens of bijvoorbeeld een groothoeklens, dan waren de lijntjes in de zee aan het begin heel groot en aan het eind heel klein geworden.  Het schip was dan een punt aan de horizon geweest.

Telelenzen en sluitertijden

Telelenzen vergroten niet alleen het beeld, maar de bewegingsonscherpte. Zonder statief moet je dus erg oppassen. Als richtlijn kun je een kortste sluitertijd van 1/brandpuntsafstand x cropfactor aanhouden. Bij stabilisatie (VR of IS of OS) kun je nog een drie keer langere sluitertijd gebruiken.

Conclusie

Telelenzen zijn voor heel veel verschillende doeleinden te gebruiken. Allereerst voor het dichterbij halen van je onderwerp, maar zoals je hebt kunnen lezen ook voor het omvormen van je perspectief. Een foto gemaakt met een telelens ziet er dus heel anders uit dan diezelfde foto gemaakt met een groothoeklens. Van dit effect kun je dankbaar gebruikmaken. Voor de aankoop is het echter wel zaak om even alle mogelijkheden en vooral de toepassingen op een rij te zetten. Kijk bijvoorbeeld goed naar hoeveel millimeters aan brandpuntsafstand je eigenlijk nodig hebt. Te weinig is niet handig, maar teveel is ook niet fijn. Let daarbij ook op het soort camera dat je gebruikt en de bijbehorende cropfactor. 

Focus stacking is een techniek waarmee je door het samenvoegen van meerdere foto's een groter scherptegebied krijgt. Focusstacking wordt vaak gebruikt bij macrofotografie en landschapsfotografie. Je doet dit door meerdere opnames met verschillende scherpstelgebieden vanuit hetzelfde standpunt te maken en die met software samen te voegen. Hier leggen we je uit wat je nodig hebt en hoe je focus stacking zelf kunt toepassen!

 
 

Wat is focus stacking?

Focus stacking gebruik je om de scherptediepte in je foto te vergroten. Dit doe je door meerdere foto’s met een ander scherpgestelgebied samen te voegen in bijvoorbeeld Adobe Photoshop. Het is letterlijk millimeterwerk! De instellingen van je camera wijzigen niet, alleen het scherpstelpunt of de positie van de camera tenopzichte van het onderwerp. De gemaakte foto’s voeg je achteraf met software samen tot één perfect scherpe foto.

Hoe werkt focus stacking? - 1

Waarom gebruik je focus stacking?

Focus stacking gebruik je dus om een groter gebied in je foto scherp te krijgen. Dit kan bijvoorbeeld bij macrofotografie, maar ook bij landschapsfotografie.

macrofotografie

Bij macrofotografie werk je het liefst met een open diafragma (een laag f-getal) zodat de aandacht naar het onderwerp gaat in plaats van naar de achtergrond. Toch wil je de meest belangrijke elementen van je onderwerp scherp hebben. Dit lukt met een open diafragma vaak niet. Je kan je diafragma wat kleiner maken, maar dan wordt de achtergrond ook minder wazig. Om toch een goed scherptegebied te krijgen kun je gebruik maken van focusstacking.

landschapsfotografie

Bij landschapsfotografie gebruik je focus stacking om zowel de voorgrond als de achtergrond scherp in beeld te krijgen. Dit kun je doen met een kleiner diafragma, maar dat is soms nog niet genoeg omdat de afstand van de voorgrond tot de achtergrond heel erg groot is. Met focusstacking voeg je twee of meer foto's samen het om onderwerp in de voorgrond én de achtergrond scherp te krijgen.

Wat heb je nodig?

Voor focus stacking heb je niet zoveel nodig. Het kan met elke camera die handmatig kan scherpstellen.

  • Een statief
  • Een draadontspanner of draadloze camera afstandsbediening.
  • Voor macrofotografie eventueel een macro focussing rail’. Deze bevestig je op je statiefkop en je camera zet je op de rail. Na het maken van een foto, verplaats je het standpunt van de camera heel precies naar voren door de rail te verstellen.
  • Software zoals Adobe Photoshop. Met behulp van deze software kun je alle foto’s bewerken en samenvoegen.

Zo maak je de foto's voor een focus stack

Volg het onderstaande stappenplan met het fotograferen:

  • Zet je camera (en de rail) op je statief en bepaal de compositie
  • Gebruik de M-stand en kies de juiste sluitertijd, diafragma en iso
  • Zet de automatische scherpstelling uit
  • Stel handmatig scherp op het voorste punt van je onderwerp en maak de eerste foto
  • Verleg de focus handmatig een klein stukje verder naar achteren door voorzichtig aan de scherpstelring te draaien óf zet de camera iets verder naar voren met behulp van de macro focussing rail
  • Ga door met het maken van foto’s en het verleggen van het scherpstelpunt totdat je op het laatste stukje van het onderwerp bent waar jij de scherpte op wilt leggen. Bij landschapsfotografie heb je aan een paar foto's genoeg, bij macrofotografie heb je vaak tientallen of zelfs honderd foto's nodig.

De foto's samenvoegen in Adobe Photoshop

Nu je meerdere foto's met verschillende scherptegebieden hebt gemaakt kun je ze samenvoegen in Adobe Photoshop.

  1. Ga in Adobe Photoshop naar Bestand - Scripts - Bestanden laden naar stapel
  2. Selecteer de foto's die je gemaakt hebt en klik op OK
  3. Vink ‘Proberen om bronafbeeldingen automatisch uit te lijnen’ aan en klik op OK
  4. Selecteer alle lagen die net gestapeld zijn
  5. Ga naar Bestand - Lagen automatisch overvloeien
  6. Kies in het pop-up venster voor ‘Afbeeldingen stapelen’ en druk op OK

Photoshop maakt nu een nieuwe laag met de focus stack die je eventueel nog kan bewerken of opslaan als bestand. Hieronder alle stappen met screenshots uit Adobe Photoshop.

Fotograferen in RAW of JPEG?

Focus stacken kan met RAW foto's, maar ook met JPEG foto's. Bij RAW heb je achteraf veel meer mogelijkheden qua bewerken, maar zijn de bestanden ook een stuk groter. Dit kan voor sommige computers problemen geven wanneer je alle foto’s wilt samenvoegen. Heb je in RAW foto’s gemaakt, maar heeft je computer er moeite mee? Bewerk de foto’s dan eerst naar smaak, exporteer ze als JPEG en voeg vervolgens de JPEG-bestanden samen tot één foto. Op die manier gaat het ook een stuk sneller.