Afdrukken
Categorie: Foto

Elke dag ben ik bezig met het verbeteren van mezelf als fotograaf en het observeren van licht. Zelfs als ik door een raam naar buiten kijk ben ik met het licht bezig, omdat ik continue op zoek ben naar nieuwe manieren om met licht te werken en het vorm te geven. Jullie kennen mij als gecertificeerde Profoto-trainer, maar ik ben daarnaast ambassadeur voor Sony en Rotolight. Ik werk niet alleen met flitsers, maar ook regelmatig met continulicht. In dit blog vertel ik over de voordelen van continulicht en geef ik tips voor het maken van portretten zonder flitsers!

What you see, is what you get

Veel fotografen zijn een beetje ‘bang’ voor flitslicht. Continulicht is een kleinere stap om mee te beginnen voor het maken van portretten. Je hebt er wat minder technische kennis voor nodig. Het grootste voordeel is dan ook dat wat je ziet, precies is wat je krijgt. Je kunt het licht opstellen en zien wat het doet zonder naar je camera te hoeven kijken. Het geeft wat minder gedoe. Het instellicht van een flitser is trouwens niet vergelijkbaar met continulicht, omdat het instellicht zwakker is en een andere kleurtemperatuur heeft dan de flits zelf.

Tip 1: Durf te experimenteren

Zet de lamp op een willekeurige plek neer en ga ermee spelen. Zet ‘m iets dichterbij, wat verder weg, zet er een paraplu op en kijk wat het licht dan doet. Krijg je zacht licht? Krijg je hard licht? Wat is het resultaat als je het licht via een muur op je onderwerp laat bouncen? Hoe meer je hier mee experimenteert, hoe eerder je angsten voor het werken met licht bij jezelf wegneemt. En als je na het maken van de lichtopstelling je camera pakt, hoef je alleen nog maar de camera-instellingen aan te passen om een mooi portret te maken!

Tip 2: Meng meerdere lichtbronnen

Elke lichtbron heeft een eigen kleurtemperatuur. Met continulampen kun je licht heel goed mengen, zoals het aanwezige sfeerlicht in combinatie met jouw lamp? Op locatie kun je bijvoorbeeld een kleurtemperatuur van 3000-4000K hebben, maar de kleurtemperatuur van de Rotolight Anova, de Rotolight Neo II en de Rotolight AEOS kan ik aanpassen van 3150-6300K. Dit kun je stapsgewijs en feilloos instellen. Het continulicht kun je eenvoudig mengen met de omgeving en dat is niet alleen een voordeel voor fotografen, maar ook voor de combinatie met video.

Tip 3: Gebruik continulicht bij samenwerkingen

Zo kom ik meteen op het volgende voordeel van continulicht: samenwerken. Je bent fotograaf, videograaf of allebei, want het wordt steeds vaker gevraagd of je tussendoor wat kleine filmpjes kunt maken of dat er een videograaf tijdens de fotoshoot mee kan draaien. Hoe handig is het dan dat je allebei van het continulicht gebruik kunt maken? De omgeving, het model en het interieur zijn al goed uitgelicht, waardoor je tussendoor niet hoeft te schakelen. Het licht kun je allebei gebruiken in tegenstelling tot flitslicht, waarbij de fotograaf vaak het bestaande licht ‘wegflitst’. De resultaten van de foto en de video zijn daardoor verschillend, maar met continulicht ziet het er gelijkwaardig uit. Dit werkt sneller, je kunt tegelijkertijd werken én je hoeft tussendoor de instellingen niet te veranderen voor de ander.

Tip 4: Je hebt niet altijd een grote lamp nodig voor mooie foto's

De kleinste Rotolight, de NEO II, heb ik eigenlijk altijd in m’n tas zitten. De lamp is makkelijk mee te nemen, werkt op zes AA-batterijen en is veelzijdig in te zetten. Dit is een leuke en creatieve investering waar je gewoon lekker mee aan de gang kunt gaan. Ik raad het je echt aan om hier wat mee te proberen omdat je er mooie eindresultaten mee krijgt. Het continulicht is leuk voor foodfotografie en je gaat het licht steeds beter begrijpen. Hij is goed te gebruiken als invullicht en kan zelfs flitsen. Door de grootte is de Rotolight NEO II makkelijk te gebruiken in krappe ruimtes zoals in auto’s.

Tip 5: Gebruik het voor zachte portretten

Soms wil je het moment juist niet bevriezen met een korte flitsduur en het gehele portret wat zachter houden. Met flitsen zie je bij een model elke spanning in het gezicht terug. Zonder flits krijg je een heel ander beeld. En het scheelt je in de nabewerking, want de huid en spieren zijn al meer egaal in beeld en de poriën zijn kleiner. De Rotolight Anova is een vrij grote lamp en die gebruik ik in combinatie met een softbox of met een grote deep umbrella om grote oppervlaktes mee uit te lichten. Het is een sterke lamp die werkt op een V-mount accu. Er zijn ook barndoors en kleurfilters op te plaatsen. Samen met de barndoors, een grid en een transparante paraplu kan ik hier ruimtes goed mee uitlichten of een heel mooi portret van heel dichtbij maken.

Tip 6: Speel met sluitertijden

Om het beeld wat zachter te maken, kun je ook fotograferen met een wat langere sluitertijd. Bij continulicht gaat je ISO-waarde iets omhoog en ik werk graag met een open diafragma. Samen met een wat langere sluitertijd kan ik een veel zachter beeld creëren. Ik fotografeer met een Sony A7 R IV systeemcamera en de beeldstabilisatie vangt trillingen en bewegingen die ik niet wil, prima op. Wees dus niet bang om wat langere sluitertijden te gebruiken!

Met continulicht gaat je ISO-waarde iets omhoog en ik werk graag met een open diafragma vanwege de mooie scherptediepte. In combinatie met een wat langere sluitertijd kan ik bovendien een veel zachter beeld creëren - ik gebruik de Sony A7R IV systeemcamera en de beeldstabilisatie vangt het wel op. Dat zal ook bij jou zo zijn, zoek de grenzen maar eens op en bestudeer de resultaten.

Tip 7: Werk van achter naar voor

Het mooiste van het vak als fotograaf is dat je als lightshaper het licht kunt vormen. Licht is licht. Of het natuurlijk aanwezig daglicht, continulicht of flitslicht is. Als het natuurlijke licht al goed is, ga ik niet flitsen. Maar vaak vul ik het licht een klein beetje in – of dat nu met een continu Rotolight of met een Profoto flitser is. Maar je kunt alles met elkaar mengen.

Ik werk zelf veel met zacht licht. Mijn Rotolights gebruik ik regelmatig om de achtergrond met continulicht uit te lichten voor meer sfeer. En bij het model gebruik ik dan een hele zachte flits. Op de flitser zet ik een kleurcorrectiegel om het flitslicht aan de omgeving aan te passen.

Ik begin altijd van achter naar voren met lightshapen. Eerst moet de locatie goed uitgelicht zijn en dan pas zet ik het model neer en pak ik de lichtmeter erbij om lekker aan het werk te gaan. Deze werkwijze is snel en je hebt net íets meer voor je beeld. Rotolight en Profoto zijn samen een leuke en fijne combinatie. Het is juist een uitdaging voor mensen die alleen maar zweren bij flitslicht, probeer het maar eens. Lightshapen kan in elke situatie!