Foto

Thuisblijvers opgelet? Wat doe je met al deze extra vrije tijd? Misschien een bezoekje brengen aan een museum? Virtueel weliswaar!

Notebook gebruiker

 

1.  Virusvrije expositie van Saskia Boelsums

Ten tijde van de corona crisis exposeert Saskia Boelsums in haar virusvrije galerie. Deze expositie is te zien in haar hypermoderne expositieruimte, online. Deze ruimte is niet van een echte te onderscheiden. Je kan ruim dertig van Saskia Boelsums bekroonde landschapsfoto’s bekijken. De virusvrije expositie is 24 uur per dag online. Ben je ook zo benieuwd? Klik dan hier!

2.  Ontdek Rijksmuseum meesterwerken online

Tijdelijk kunnen we in het Rijksmuseum niet meer samen genieten van de kunst in de museumzalen. Daarom brengen we het Rijksmuseum bij je thuis! Er worden verschillende mogelijkheden geboden om het Rijksmuseum en series te bekijken via #Rijksmuseumthuis. Verdiep je in de verhalen en duik in de collectie. Nieuwsgierig geworden? Klik dan hier!

3.  Vanuit je luie stoel een rondleiding volgen door FOMU Antwerpen

Ook in België geldt op dit moment een “social distance” periode. Onder het mom #lijfinuwkot komt FOMU Antwerpen met een constructie waarbij je vanuit je luie stoel de expositie van Stephan Vanfleteren kunt bekijken. Je kan in maar liefst 6 afleveringen door het leven en werk van Stephan Vanfleteren lopen tezamen met FOMU-gids Karolien. Kan jij ook niet wachten om dit te bekijken ? Klik dan hier!

© Stephan Vanfleteren Hobo on the road, Oregon, US, 1996 Hobo onderweg, Oregon, USA, 1996

4.  Stedelijk Museum Amsterdam

Tijdens de “social distance” periode verschijnen er op de website van het Stedelijk Museum mini-documentaires, podcasts en audiotours. Elke vrijdag is er via Instagram een Live Tour door het museum. Deze Live Tours worden na afloop geplaatst op het YouTube & Facebook kanaal van het museum. Dit initiatief komt van museumdirecteur Rein Wolfs. Lijkt je dit leuk? Klik dan hier

5.  Bezoek de virtuele expositie Zilveren Camera in Museum Hilversum

Een prachtig initiatief heeft Museum Hilversum bedacht in deze tijd; een virtueel bezoek aan de Zilveren Camera expositie. Je kan online door deze expositie wandelen. Wij hebben alvast een kijkje genomen en het is zeker de moeite waard. Ook enthousiast geworden? Klik dan snel op deze link hier!

Photoshop voor beginners | de Basis van Photoshop | de Videomakers

Ook staat YouTube vol met bijvoorbeeld Photoshop tutorials. Wij hebben er eentje voor je klaargezet. De video is voor beginners dus doe er je voordeel mee!
 

‘Neem nú de tijd je mogelijkheden te verkennen’ is het advies van foto-professional Brendan de Clercq. Kijk wat licht doet, kijk wat je met het omgevingslicht kunt doen, en speel met je camera-instellingen. In de komende weken gaat Brendan ons lekker volstoppen met inspiratie.

BRENDAN, STEL JE WILT THUIS PORTRETFOTO’S MAKEN, HOE GA JE DAN AAN DE SLAG?

Heb je geen flitser, maak dan gebruik dan een raam als lichtbron. ‘Dat kan mooi zacht licht opleveren.De zon moet dan niet rechtstreeks naar binnen vallen. Indirect licht via een raam, dat is mooi. Liefst zou ik dan een flitser aan de andere kant van het model plaatsen. Om de schaduwen op te helderen. Dat mag gewoon een losse opteeklfiter zijn, maar die gebruik je dan wel los van je camera. De flitser ontsteek je via een radio-ontsteker, dus draadloos. De hoeveelheid flitslicht stel je handmatig in, dus je flitser moet wel een manual-instellig hebben. Dit invul-flitslicht wordt uitstekend bruikbaar als je er een flitsparaplu bij gebruikt. Cameraland heeft een houdertje waar je de flitser mee op een statief kunt zetten; daar kan je ook een flitsparaplu in vastmaken.

 

EN ALS JE HET SERIEUZER WILT AANMAKEN, WAT RAAD JIJ DAN AAN?

Het is natuurlijk ideaal als je je licht helemaal in hand hebt. Profoto heeft de A1 in prijs verlaagd, dat is mijn absolute aanrader, in combinatie met de witte doorschijnende paraplu met Backpanel. Die produceert zacht licht met karakter, je hebt er volop creatieve lichtmogelijkheden mee. Om de flitser los van je camera te gebruiken is een simpele koppeling via een radiografische triggerset oké. Wil je alle functies behouden, dan heb je de Profoto Connect nodig. Het enige wat je verder nog wilt is een verstelbaar kopje om hem op een statief te kunnen zetten. Heb je al een flitser, ga dan voor een statiefkopje en een paraplu.

 

OK, DAN HEB JE JE SPULLEN, EN WAT DAN?

Ik ga je niet keihard voorschrijven wat je moet instellen. Je moet het zelf ontdekken, en daar geef ik tips voor.

1. Varieer de afstand van de lichtbron

Hoe dichterbij je je lichtbron bij je model opstelt, des te zachter wordt het licht. Varieer en kijk wat er gebeurt. Schaduw maakt vormen en structuren zichtbaar. Aan jou de keuze: wil je een zacht effect of wil je meer pit in beeld.

2. Bepaal de invloed van het omgevingslicht

Je kunt de kortste sluitertijd gebruiken die jouw camera toelaat, meestal is dat iets rond 1/200 s. Maar als je langere sluitertijden gebruikt geef je het omgevingslicht meer invloed dus dan wordt de achtergrond lichter. Het omgevingslicht krijgt ook meer werking als je het diafragma op een lagere waarde instelt. En dat geldt ook voor de ISO-instelling: gebruik je ISO 400 in plaats van ISO 100, dan wordt je achtergrond ook lichter. En omgekeerd geldt ook: wil je een donkere setting, kies dan de kortste sluitertijd die voor flitsen mogelijk is, hou de ISO laag en kies een hoog diafragmagetal. Dit alles in de M-stand van de camera.

 

EN HOE BEPAAL JE DAN OF JE ONDERWERP NIET TE LICHT OF TE DONKER WORDT?

Simpel: je regelt dat door de output van je flitser te variëren. Gebruik de M-stand van de flitser en regel de hoeveelheid flitslicht handmatig. Mocht je dan nog regelmogelijkheden tekortkomen, dan kun je nog extra variëren met je diafragma.

Het zou zomaar kunnen dat je eindelijk eens de tijd hebt om je oude foto’s te digitaliseren. Scan je oude goud om er mooie fotoboeken van te maken. Om een digitaal familiearchief voor het nageslacht op te bouwen. Om de opslagkasten lekker op te ruimen. Om de jonkies te laten zien hoe jouw wereld er vroeger uitzag. Vroeger, toen vintage heel gewoon was!

Wij leggen je hier even uit welke scanmogelijkheden er zijn.

 

ALLEEN FOTO’S SCANNEN

Met al onze scanners kun je foto’s scannen. Het formaat is maximaal A4. Gaat het om kleinere formaten, dan kun je meerdere foto’s op de glasplaat leggen: de scanner herkent ze en maakt er separate scans van. Oude kleurenfoto’s waarvan de kleur is vervaagd komen er vaak weer verrassend goed uit te zien.

 

DIA’S EN NEGATIEVEN SCANNEN

Om dia’s en negatieven te scannen moet er in het deksel van de scanner een lichtpaneel zitten, dat licht door het materiaal heen stuurt. Een of meer houders voor negatieven en dia’s worden meegeleverd. De scanners die wij verkopen zorgen er automatisch voor dat stof en krasjes worden weggecorrigeerd. Bij de eenvoudigste scanner loop je een kleine kans dat er er ook wel eens een takje of een vogeltje wordt weggewerkt, bij de andere modellen verloopt deze correctie perfect. Sommige scanners kunnen naast de gewone kleinbeeldformaat (opnamen ook middenformaat en/of vlakfilm en oude glasplaten scannen.

 

IS HET EEN BEETJE TE DOEN?

Scan je voor beeldschermkwaliteit, dan gaat het scannen best vlot, voor de hoogste kwaliteit (geschikt voor foto-afdrukken) is een scanner al snel een minuut of meer per scan kwijt. Neem dus je tijd en maak vooraf een selectie. In de volautomatische modus hoef je maar een keer op de knop van der scanner te drukken en gaat alles vanzelf. Wil je enige invloed op prestaties en kwaliteit, dan kies je in de scansoftware de thuismodus. Gebruik de professionele stand als je alles in de hand wilt hebben. De scanner maakt eerst snel een prescan; daarmee geef je eventuele correcties en verbeteringen op, zodat je een optimale scan krijgt.

 
In dit artikel duiken we dieper in de bijzondere technieken voor verscherping.
 

In deze editie duiken we dieper in de bijzondere technieken voor verscherping. Laten we beginnen met wat geschiedenis: in de beginjaren van de digitale fotografie waren de meeste bestanden te klein voor vergrotingen, zelfs voor A3 waren er niet genoeg megapixels. De Nikon D1 uit 1999 bijvoorbeeld, had een resolutie van 2000 x 1312 pixels, 2.7 megapixels. Dat was bij 300 dpi net genoeg voor 17 bij 11 cm! De Kodak Professional DCS 520/Canon D200 hadden 2 megapixels. Toch moesten foto’s gemaakt met die camera’s ook gebruikt worden voor spreads in tijdschriften, dus in A3’s. Uit die tijd dateerden technieken die via slimme algoritmen uit de beperkte informatie in het beeld er details bij rekenden. Dat klinkt een beetje vreemd, maar dit soort technieken werden al vele jaren gebruikt in het leger en in de ruimtevaart, onder meer bij spionagefoto’s van grote afstand. Je zou kunnen zeggen: wat goed genoeg is voor de NASA en het Pentagon, moet ook goed genoeg zijn voor ons. De NASA en het Pentagon gebruikten wel snellere computers en besteedden er meer tijd aan, dus hun algoritmen waren gecompliceerder dan de eerste algoritmen die in de fotografie gebruikt werden.

Aanvankelijk was dit het domein van speciale software, maar toen de camera’s steeds meer megapixels kregen, verkochten die hun algoritmen aan bedrijven als Adobe. In feite waren dit de technieken die nodig waren om het aantal megapixels te verhogen namelijk verscherpingstechnieken. Ze werkten echter niet zoals de ‘gewone’ verscherping door het contrast op randen te verhogen, maar ze waren een stuk slimmer. Alle moderne verscherpingstechnieken van Adobe maken voor een deel daarvan gebruik. Maar Adobe werkt verder aan de ontwikkeling van deze technieken en in feite staan we pas aan het begin ervan.

De allernieuwste technieken maken gebruik van artificiële intelligentie/machine learning, Adobe noemt het Adobe Sensei. Dat komt erop neer dat de software zichzelf verder ontwikkelt en op voor mensen onbegrijpelijke manieren methodes verzint om meer details uit een foto te halen. Hier zullen we de komende jaren nog grote ontwikkelingen zien. Hij wordt in de nieuwste versies van Photoshop en Lightroom nu al toegepast onder de naam details verbeteren, en wordt behandeld aan het eind van dit artikel.

Slimmer verscherpen

Sinds enkele jaren kent Photoshop de functie slim verscherpen. Slim verscherpen in Photoshop CC beschikt over verschillende algoritmes die een stuk beter werken dan het puur verhogen van het contrast op randen (onscherp masker). We hebben net al gezien waarom. Je zou denken: als je slim kunt verscherpen, waarom zou je dan dom verscherpen? Toch zijn er nogal wat mensen – zo vertelde Adobe mij - die de oude technieken nog gebruiken. Niet uit domheid, maar gewoon omdat ze nu eenmaal een bepaalde werkwijze gewend zijn en niet weten dat Adobe de software voortdurend verder ontwikkelt. Dat is meteen ook de reden waarom Adobe oudere technieken niet verwijdert uit Photohop, want niet iedereen vindt het prettig om ineens gedwongen te worden om nieuwe technieken aan te leren. Behalve slim verscherpen zijn er in de nieuwste versie van Photoshop maar liefst vijf andere technieken om te verscherpen te vinden onder Filter > > Verscherpen. De bovenste heet onscherp masker (verouderd) de tweede scherpe randen (idem) de derde scherper (idem) de vierde schokreductie, de vijfde slim verscherpen en de zesde verscherpen (verouderd). Maar ook onder slim verscherpen, vinden we weer technieken die deels verouderd zijn. De belangrijkste is wel bewegingsonscherpte, want die heeft nu een heel eigen venster gekregen (schokreductie).

Scherm schokreductie

Om met deze laatste te beginnen: daar kan nu niet alleen de richting van de onscherpte gekozen worden, maar ook de lengte van de onscherpte. Het is echter ook een goed voorbeeld van de verbeteringen die Adobe doorvoert. Bij sommige foto’s die ik met de Nikon Z7 heb gemaakt, heb ik het elektronische eerste sluitergordijn niet ingeschakeld en bewust een (te) lange sluitertijd gekozen. Daardoor is onscherpte ontstaan, die een ideale kandidaat lijkt voor schokreductie. Met de oude techniek zijn dit soort foto’s weliswaar te verbeteren, maar het resultaat blijft beperkt. Bij de nieuwe techniek werkt het anders. Het belangrijkste verschil is, dat de software zelf bepaalt wat de bewegingsonscherpte is, welke richting die heeft en hoe hij gecompenseerd kan worden. Bij de eerste tets treed er al een enorme verbetering op. Wel lijkt de software iets te enthousiast.

De software kiest zelf een deel van het beeld om het bewegingsspoor vast te stellen. Vaak is het beter om zelf een deel van het beeld te kiezen. Soms geeft de software ook een waarschuwing dat hij niet of niet goed in staat is het bewegingsspoor vast te stellen. De overblijvende te sterke effecten zijn te zien bij de handen. Vanwege de geringe scherptediepte is daar ook onscherpte ontstaan, die echter deels ook uit bewegingsonscherpte bestaat. Correctie van de bewegingsonscherpte is hier ongewenst. Ook zien we hier en daar accenten in details van de huid die we bij een portret liever niet geaccentueerd zien.

Slim verscherpen

Bij slim verscherpen zie we voor een deel al instellingen die we in het vorige artikel besproken hebben: hoeveelheid en straal. Er is echter nog meer. De belangrijkste keus biedt het uitklapmenu dat in de schermafbeelding op vage lens staat. De andere keuzes zijn: Gaussiaans vervagen en bewegingsonscherpte. Over de laatste keus kunnen we kort zijn: het is beter schokreductie te gebruiken, zie hiervoor. Voor Gaussiaans vervagen geldt eigenlijk ook dat hier vage lens beter is. Het verschil met Gaussiaans is namelijk dat bij een vage lens ook een slimmer algoritme toegepast wordt. Daardoor worden zowel minder artefacten (lees: storende randen etc.) geproduceerd als beter verscherpt. Door het ontbreken van de artefacten lijkt het echter alsof vage lens minder goed verscherpt. Dat is niet zo, maar wel kun je met vage lens een grotere verscherping kiezen voordat het storend wordt.

Historiepenseel en lagen/maskers

Bij schokreductie hebben we al gezien dat het historiepenseel een belangrijk hulpmiddel kan zijn bij het voorkomen van een te grote verscherping. Het punt bij het verscherpen is namelijk vrijwel altijd, dat bepaalde details meer verscherping verdragen en/of nodig hebben dan andere. Het historiepenseel biedt een eenvoudige en inzichtelijke manier om die verscherping terug te draaien. Een andere manier is het maken van een tweede laag waarbij de verscherping dan uitsluitend op deze laag wordt toegepast. Omdat in Photoshop de transparantie van een laag traploos in te stellen is, kan de verscherping dus ook traploos ingeschakeld worden. Dat maakt het veel gemakkelijker om deze goed te doseren, want vaak zie je als je na een half uurtje nog eens naar de foto kijkt, de verscherping weer anders. Met een laag wordt het dan gemakkelijk om deze achteraf nog aan te passen, zonder de niet-verscherpte foto opnieuw te moeten bewerken.

Een laag biedt ook de mogelijkheid om een masker te maken. Met behulp van dat masker kun je dan een deel van het beeld (bijvoorbeeld de achtergrond) van verscherping uitsluiten. Ook nu kun je dit effect weer traploos instellen. Je hoeft dan niet meer te kiezen tussen een of geen verscherping, maar kunt ervoor kiezen om sommige delen van het beeld helemaal te verscherpen en andere maar voor een deel, bijvoorbeeld 30%. Op deze manier zijn de mogelijkheden eindeloos.

Details verbeteren

Details verbeteren is een vorm van verscherping die alleen werkt op de RAWbewerking. In feite is het een verbeterde vertaling van de rode, groene en blauwe pixels waaruit een foto bestaat (demozaïeken). Hij werkt dus niet met Foveonsensoren. Hij werkt ook niet met bestanden waarbij gebruik gemaakt wordt van pixel shift of van soortgelijke technieken. Hij werkt weer wel bij foto’s gemaakt met Fujifilm Trans-X-sensoren.

Deze techniek is er zowel bij Lightroom Classic (vanaf versie 8.2) als bij de RAWverwerking van Photoshop (vanaf Adobe Camera RAW 11.2). Je vindt de functie in de modulen Bibliotheek en Ontwikkelen door in de menubalk Foto > Details verbeteren te kiezen of door Ctrl ingedrukt te houden en te klikken (Mac) / met de rechtermuisknop te klikken (Windows) op een RAW-afbeelding in het contextmenu en Details verbeteren te selecteren. Bij ACR moet je op een menu bij de filmstrip klikken.

De software geeft dan een vooraanzicht. Na klikken op verbeteren duurt het een paar minuten (twee tot vijf minuten gemiddeld, je krijgt een inschatting) voordat het resultaat zichtbaar wordt. De verbeterde afbeelding wordt opgeslagen als een nieuw DNG-bestand, maar deze is wel vaak dubbel zo groot.

Conclusie

De nieuwste versies van de Adobe software gebruiken heel andere technieken voor verscherping dan een paar jaren geleden. Al deze technieken zijn in beweging. Om die reden alleen al is het abonnement-model van Adobe aantrekkelijk. Het is echter ook een reden om bij updates toch heel even te lezen wat er veranderd is. Grote kans dat je er meer aan hebt dan je denkt.

Fotografie door: Dré de Man