Foto

Er bestaan veel manieren waarop je kunt scherpstellen. Maar wanneer gebruik je nou wat en waarom? Aan de hand van vijf korte scenario's laten we je zien hoe je de vele scherpstelmogelijkheden van jouw camera optimaal benut.

Vliegende vogels

Om vliegende vogels vast te leggen, kun je het beste overschakelen op continu scherpstellen. Je kunt de vogel dan tijdens de vlucht nauwgezet blijven volgen, terwijl de camera het netjes scherp houdt. Zo hoef je op het optimale moment alleen nog maar af te drukken. Stel je eenmalig scherp, dan bestaat de kans dat je door de vertraging het mooiste moment mist, er misschien op een boom wordt gefocust die toevallig net in beeld is, of dat de vogel zo snel vliegt dat hij alweer uit de scherpte is gevlogen. Wijs je een groepje focuspunten aan (een zogenaamde zone), dan geef je de camera de vrijheid zelf het optimale scherpstelpunt te selecteren.

Gebruik continu scherpstellen om vogels midden in de vlucht te vangen.

Frank Jacobs, frankjacobs.zoom.nl

Macrofotografie

Bij macrofoto's is secuur scherpstellen essentieel, omdat de scherptediepte vaak maar luttele millimeters is. Voor je het weet zit je ernaast met de scherpte. Het beste kun je dan ook vanaf statief werken. Door live-view in te schakelen, hoef je niet door de zoeker te turen en is beter te zien wat je scherp in beeld hebt. Een extra voordeel is dat je in deze stand met een knop het beeld kunt uitvergroten met bijvoorbeeld een factor tien. Door vervolgens handmatig scherp te stellen, plaats je de scherpte nauwkeuriger dan je met de autofocus kunt bereiken.

Omdat de scherptediepte zo klein is, werkt handmatig scherpstellen nauwkeuriger.

Esther Binnendijk, e-binnendijk51.zoom.nl

Landschap

Ook bij landschappen werk je doorgaans vanaf statief en met live-view. Zo kun je in alle rust de compositie vervolmaken. Je kunt handmatig scherpstellen, maar met de autofocus kan het ook. Bepaal waar je wilt scherpstellen en selecteer het scherpstelpunt dat op die plek zit. Gebruik vervolgens de zogenaamde back-button-focus-techniek om scherp te stellen. Via het cameramenu moet je dan nog wel instellen dat de camera met de AF-L-knop (of een andere sneltoets naar keuze) aan de achterzijde scherpstelt, en niet langer via de ontspanknop. Hierdoor hoef je alleen nog maar opnieuw scherp te stellen als het echt nodig is. Op sommige camera's werkt de AF-L-knop al meteen zodra je op handmatig scherpstellen overschakelt.

Stel eerst scherp met back button focus. Wacht daarna op het mooiste licht en maak de foto.

Thomas Jansen, thomas--j.zoom.nl

Portretten

Bij portretten is het belangrijk dat de ogen ragscherp zijn, zodat ze er echt uitspringen. Vooral als je met een kleine scherptediepte werkt om de achtergrond te vervagen, bestaat het risico dat de scherpte per ongeluk op de wang of de neus komt te liggen. Het beste kun je daarom de gezichtsdetectie inschakelen, als je camera die functie heeft. De camera volgt dan automatisch het gezicht, zonder dat je steeds van scherpstelpunt hoeft te wisselen. Oogdetectie is helemaal fantastisch. Daarmee stelt het toestel extra nauwkeurig scherp op de ogen, en soms zelfs alleen op het linker- of rechteroog.

Met gezichts- en oogdetectie maak je veel gemakkelijker een haarscherp portret.

Monique Belier, mbelier.zoom.nl

Dierentuinfotografie

In een dierentuin fotografeer je al snel langs en door tralies, hekwerken, gaas en glas. Een groot risico is dat de camera op het hek of de reflectie scherpstelt, en het dier dus onscherp op de foto komt. Om dit te voorkomen, kies je allereerst het scherpstelpunt dat het dichtst bij het dier in de buurt zit. Dan hoef je hooguit nog een fractie te herkadreren. In live-view en de digitale zoeker kun je dan de grootte van het scherpstelpunt nog instellen door aan een wieltje te draaien. Maak het punt niet al te groot, want anders zit je al snel alsnog met de focus op het gaas/hekwerk of op een struik/plant tussen jou en het dier.

Pas je focuspunt aan zodat je geen last hebt van obstakels tussen jou en het dier.

Bart van Mastrigt, bmas.zoom.nl

Compositieregels helpen je op een eenvoudige en snelle manier mooiere foto’s te maken. De regels worden al sinds men kan schilderen gebruikt om bijvoorbeeld het landschap goed weer te geven. En dus kun je deze bewezen methode ook heel goed voor fotografie gebruiken. Hieronder een kleine opfriscursus compositie, waarin we de bekendste regels in vogelvlucht behandelen. 

Gulden snede

De gulden snede is omringd door mysterie. Wie het boek Da Vinci Code van Dan Brown wel eens heeft gelezen, kent de reeks cijfers wellicht: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, enzovoort. Het leuke is: deze reeks vind je veel terug te in de natuur – en dat geeft ‘m iets magisch. Daarnaast helpt de reeks ons, doordat hij goed te begrijpen is voor de mens. Juist daarom is het toepassen van de gulden snede zo populair in de fotografie. Door het decor volgens de reeks in te delen, worden de verhoudingen mooier. In een heel simpel voorbeeld zou dit betekenen: 1 deel strand, 1 deel zee en 2 delen lucht. Deze reeks kun je ook toepassen op complexere foto’s.

Daarbij kun je de gulden snede in de foto als een soort schelp zien. Die schelpcurve ontstaat door het beeld volgens de gulden snede in tweeën te verdelen. Vervolgens verdeel je één helft weer op dezelfde manier, en zo ga je door. Trek je een lijn langs die delen, dan ontstaat deze ‘schelpcurve’. De verhouding tussen de twee delen vertegenwoordigen de gulden snede.

Regel van derden

De regel van derden is, naast de gulden snede, een veelgebruikte manier om je foto’s ‘logisch’ in te delen. In ons simpele voorbeeld van een strandfoto zou dit betekenen dat je 1 deel strand, 1 deel zee en 1 deel lucht fotografeert. Het te fotograferen beeld is niet alleen horizontaal, maar ook verticaal in drieën gedeeld. Zowel bij de regel van derden als de gulden snede komt het niet heel strikt of het onderwerp precies met de lijnen overeenkomt. Ze moeten vooral een leidraad geven voor een kloppende indeling. 

Lijnen 

Een andere compositieregel om rekening mee te houden zijn lijnen. Lijnen kunnen je optisch leiden waardoor je foto aantrekkelijker wordt. Denk bijvoorbeeld eens aan een weg die in de verte verdwijnt. Bij het zien van zo’n foto verbeeld je jezelf al gauw dat je over de weg rijdt en droom je weg. Wat zie je langs de lijn? Wat voor bomen staan er? Wat zou dat voor huisje zijn langs die weg? Je volgt de lijn en raakt bijna automatisch geïnteresseerd in de bestemming van de straat. En dat is nu net wat je met je foto wilt bereiken.

Tip: wil je lekker wegdromen bij een zelfgemaakte foto van een kronkelweggetje? Maak dan een mooie wanddecoratie van deze foto

Diagonalen

Bij de diagonaalmethode liggen de aandachtspunten veelal op de diagonalen van een vierkant. Meestal zie je dat het ‘aandachtspunt’ van de foto zich bevindt op een of meer diagonalen van 45 graden uit een van de vier hoeken van de afbeelding. Maar ook kan je de regel gebruiken door het onderwerp juist op een willekeurige positie op de diagonalen te plaatsen, waarmee je jouw foto een creatief effect geeft. Een effect dat veel wordt toegepast in (moderne) gebouwen. 

Symmetrie

Symmetrie betekent een kloppend beeld: links en rechts hetzelfde. Denk bijvoorbeeld aan ronde zalen waarbij de linker- en rechterkant identiek aan elkaar zijn. Of een paleis waarbij de oprijlaan een perfect symmetrische tuin doorkruist. Als mens houden we van deze symmetrie en maken we dan ook liever geen foto’s waarbij we net iets meer van de rechterkant zien dan van de linkerkant. Houdt er daarom rekening mee als je gaat fotograferen. 

Het is overigens heel goed mogelijk dat je in je fotografie meerdere compositieregels toepast. Sterker nog, je kunt in sommige foto’s zelfs bijna alle compositieregels terugvinden. Ze zijn een handig hulpmiddel om op een laagdrempelige manier betere foto’s te maken. Veel succes! 

 

Bron: Cewe - https://www.cewe.nl/blog/2019/11/03/compositieregels-hoe-zat-het-ook-alweer (titel: Compositieregels: hoe zat het ook alweer?)

Als landschapsfotograaf ben ik een groot fan van weidse landschappen en groothoeklenzen. Soms kunnen juist de kleine dingen op de grond net zo indrukwekkend zijn! In dit blog geef ik je 10 inspirerende tips voor het fotograferen van abstracte landschappen. Als je ze eenmaal ziet, dan kun je er bijna niet meer om heen en moet je ze wel fotograferen.

Tip 1: Kijk naar beneden

We zijn gewend om vooruit te kijken. Als fotografen zijn we vaak op zoek naar een mooi wijds landschap. Vaak kun je juist laag bij de grond erg mooie onderwerpen vinden. Kijk daarom regelmatig naar beneden. Je vind hier allerlei interessante dingen. Denk aan structuren in stenen, lijnen, kleine bloemetjes, patronen en contrasten. Kortom, heel veel interessante abstracte vormen om te fotograferen.

10 tips voor abstracte landschappen - 1
10 tips voor abstracte landschappen - 2

Tip 2: Je hebt geen macrolens nodig

Abstracte landschappen kun je met vrijwel elk type lens fotograferen. Ik gebruik vaak een 24-70mm lens en soms een langere lens om structuren ver van me af te fotograferen. Het is wel belangrijk dat je een lens gebruikt die redelijk dichtbij kan scherpstellen. Maar een macrolens is echt niet nodig.

Tip 3: Ga op zoek naar lijnen

Als je naar je onderwerp kijkt, ga dan op zoek naar lijnen en probeer ze in evenwichtig in je foto te krijgen. Lijnen van de ene hoek naar de andere hoek werken vaak goed. Golvende lijnen zorgen ook vaak voor een fijne foto.

10 tips voor abstracte landschappen - 3
10 tips voor abstracte landschappen - 4
10 tips voor abstracte landschappen - 5

Tip 4: Kijk naar kleurcontrasten

Het gebruik van complementaire kleuren (kleuren die tegenover elkaar liggen in het kleursysteem) werken vaak goed in een foto. Ga daarom op zoek naar kleurcontrast of zoek lichte en donkere tinten in één foto.

10 tips voor abstracte landschappen - 7

Tip 5: Verlies het perspectief

Als je abstracte landschappen wil fotograferen dan is het belangrijk om de omgeving niet te laten zien. Hierdoor heeft de kijker geen idee van de schaal en het perspectief. Als je rimpels in het zand op de juiste manier fotografeert dan kan lijkt het net op een woestijn vanuit de lucht. Het is leuk om de kijker hiermee te verwarren en langer naar je foto te laten kijken.

Tip 6: Zoek onderwerpen met veel negatieve ruimte

Deze tip spreekt eigenlijk voor zich. Als je een onderwerp klein in beeld brengt met veel negatieve ruimte er omheen dan zijn het al snel heel abstracte beelden. Kijk maar naar de foto’s hieronder.

10 tips voor abstracte landschappen - 10

Tip 7: Ga naar het strand

Het strand is de ideale plek voor het maken van abstracte beelden. Je vind hier vaak veel texturen in het zand, zeker als het eb is. Soms is het net alsof een foto van grote hoogte met een drone is gemaakt.

Tip 8: Fotografeer water

Water is een geweldig onderwerp. Denk aan vallend water van een waterval of zelf uit de kraan thuis. Dit water zorgt voor prachtige structuren. Gebruik een snelle sluitertijd (1/1000ste of sneller) en laat je verrassen! Naast vallend water zijn de golven in de zee en bevroren water natuurlijk ook interessant. Het juiste licht op de golven of barsten in het ijs zijn geweldig om te fotograferen.

10 tips voor abstracte landschappen - 12
10 tips voor abstracte landschappen - 13
10 tips voor abstracte landschappen - 14

Tip 9: Hard licht en schaduwen

Hard licht is vaak niet heel interessant voor landschapsfotografie. Voor abstracte foto’s kan het juist wel interessant zijn! Door te spelen met vormen en lijnen in de schaduw kun je soms heel interessant foto’s maken.

Tip 10: Bekijk het van dichtbij

Abstracte landschappen zijn overal, je moet ze alleen leren zien. Texturen in stenen, lijnen in planten en wolken. De truc is om denkbeeldig in te zoomen. Bekijk alles wat je in het dagelijks leven ziet eens van dichterbij en je zelf verbaasd zijn over hoeveel interessante dingen je ziet. En wees voorzicht, want het is erg verslavend!

Deze maand staat bij Xpozer in het teken van dieren. Daarbij hoort natuurlijk een themablog. Denk je ook gelijk aan foto’s van knuffelige konijntjes en schattige puppy’s? Onze huisdieren leveren natuurlijk lieve foto’s op. Maar heb je je weleens verdiept in de wereld van insecten? Niet altijd zo schattig misschien, maar wel heel interessant! Macro-objectieven zijn bij uitstek geschikt om insecten en andere kriebelige beestjes te fotograferen.

Foto’s van insecten leveren mij altijd enorm veel jeuk op, maar tegelijkertijd fascineren ze me. Je ziet de beestjes van zó dichtbij en ziet details die je anders nooit kunt zien. Hoe fotografeer je insecten eigenlijk het best? En durf jij die dan uitvergroot aan de muur te hangen?

Macro-objectief

Op de vraag ‘hoe fotografeer je insecten?’ is het antwoord eigenlijk heel simpel. Met een macro-objectief! Met een macro-objectief kun je heel dicht op je onderwerp komen. Je scherptediepte is heel klein, en het vergt wat oefening. Gebruik een statief en zorg dat je weet wat de ‘werkafstand’ van je objectief is. Dit houdt in: de afstand van de voorkant van de lens naar het te fotograferen insect. Verdiep je in deze afstanden voordat je een keuze maakt voor een macro-objectief, want het is een flinke investering!

Er zijn ook macro-objectieven die kunnen zoomen, dit is wel zo handig bij het fotograferen van insecten. Hiermee voorkom je dat je de beestjes wegjaagt door te dichtbij te komen. Ook een goede beeldstabilisatie is de investering waard. Met macro is de kleinste bewegingsonscherpte al desastreus voor het eindresultaat.

Insecten fotograferen zonder macro-objectief?

Macro-objectieven kunnen dus heel prijzig zijn, maar gelukkig zijn er alternatieven voor! Zo zijn er tussenringen die jouw eigen objectief geschikt maken voor macrofotografie en zijn er zelfs ringen die het mogelijk maken om jouw lens omgekeerd op je camera te zetten om tot een macro-objectief te komen. Deze hebben wel al gauw een iets mindere scherpte dan echt macro-objectief. Doe eerst goed onderzoek voor je een aankoop doet. Voor ieder budget is er wel een optie. 

Light, camera, insect, action!

Zo, nu je een keuze hebt gemaakt voor een objectief, kun je beginnen met fotograferen. Het leuke van macrofotografie is dat het overal kan! Je hebt wel aardig wat licht nodig, dus overdag op je balkon of in je tuin is het beste. Je vindt tussen je planten vast wel een mooi beestje. Of een lelijke. Want, laten we eerlijk zijn, er zijn ook echt heel lelijke insecten bij, zeker van zo dichtbij! Heb je bijvoorbeeld weleens een lieveheersbeestje van heel dichtbij gezien? Echt niet zo schattig meer.

Hoe ga je te werk?

We hebben een stappenplan voor je uitgedacht en geven macro-tips.

Stap 1: Vind je onderwerp

De leukste macro-onderwerpen zijn die onderwerpen die je verrassen. Zoals het lieveheersmonster hierboven. Nog een goed voorbeeld is de spin (oké, oké, het is geen insect, maar dat maakt het niet een minder goed foto-onderwerp!).

Wist je dat heel veel spinnen haren hebben? En dat de meeste spinnen 4 paar ogen hebben? Wat je al niet leert van macrofotografie!

Zorg dat je onderwerp niet van je weg kan schrikken. Veel dieren zullen vluchten als je te dichtbij komt. Maak dus rustige bewegingen en stoot niet tegen bladeren of takken aan in hun omgeving. Je onderwerp moet goed bereikbaar zijn voor je. Je zult vaak door je knieën moeten zakken om insecten goed dichtbij je lens te krijgen.

Stap 2: Kies de juiste instellingen

Bij macrofotografie is het heel belangrijk dat je goed scherpstelt. Je hebt maar een heel kleine scherptediepte, dus als je er ook maar een klein beetje naast zit, is het onderwerp onscherp. Tenzij je wil focussen op een bijzonder detail, zoals bijvoorbeeld een vleugel, stel je scherp op de ogen. Het geeft vaak een vreemd en misplaatst gevoel als de ogen onscherp in beeld zijn.

Hierbij de hoe-moet-dat-dan-checklist:

  Kies voor een klein diafragma (hoog f-getal).
  Kies een korte sluitertijd (1/100 of kleiner).
  Je zult voldoende moeten bijlichten, want met zo’n klein diafragma en korte sluitertijd wordt je foto donkerder.
✓  Zet je ISO hoger om voldoende licht binnen te laten.
✓  Handmatig scherpstellen is vaak nodig voor dit precieze werk.

Stap 3: Kies de beste foto uit (wat is nou eigenlijk een geslaagde macro-foto?)

Hoe fotografeer je insecten op een zo interessant mogelijke manier? Hierbij de belangrijkste factoren op een rij:

    1. De juiste scherpte op de juiste plek
      Het is zo zonde als de scherpte net naast de ogen of naast die mooie vleugel is gekomen. Daarom let je extra goed op en stel je handmatig de scherpte in. Gebruik ook een statief om teleurstellingen te voorkomen.
    2. Een mooie achtergrond
      Bij macrofotografie speelt de achtergrond een belangrijke rol. Kies een camerastandpunt waarbij je een mooie achtergrond hebt achter je onderwerp. Een groen blad of juist een schaduwplek die helemaal zwart wordt in je macrofoto kunnen je onderwerp er mooi doen uitspringen.
    3. Een interessante compositie
      Uiteraard geldt deze regel bij alle vormen van fotografie en dus ook bij macrofotografie. Let op je compositie. Neem zo nodig een ruimer beeld op, je kunt altijd nog croppen!

De rustige achtergrond geeft een mooi, zacht beeld aan deze foto. Er is goed scherpgesteld op de ogen en de compositie is rustig en prettig.

Oefening baart kunst!

Dus, hoe fotografeer je insecten? Zorg voor een goede scherpte op de gewenste plek, houd voldoende afstand om de insecten niet af te schrikken, kies een mooie achtergrond met een goede compositie. Je bent dan al goed op weg naar de mooiste foto’s!

Ga met dit stappenplan eens op onderzoek uit in je tuin, op je balkon, of maak een wandelingetje op zoek naar insecten om te fotograferen. Misschien (waarschijnlijk) heb je wel insecten of spinnen in huis! Zorg voor voldoende licht, en jaag de beesten niet weg door te wild te bewegen. Stel je camera goed in, en probeer eens wat instellingen uit. Je zult versteld staan van de wereld die voor je opengaat als je insecten en andere kleine kruipende beestjes van zo dichtbij kunt bewonderen!

 
Er bestaan hardnekkige, technische misverstanden onder fotografen die hun foto’s online plaatsen. Hierdoor worden verkeerde beslissingen genomen met als gevolg dat de foto's bijvoorbeeld niet goed zijn gecorrigeerd of onhandig grote bestanden worden geüpload. Zelfs experts zijn niet altijd op de hoogte. Laten we er hier voor eens en altijd korte metten mee maken.
 

 

Misverstand 1 | PNG is net als JPEG geschikt voor foto’s online

Dit is een misverstand dat veel rondwaart onder fotografen. Bang voor het kwaliteitsverlies van JPEG kiezen deze fotografen voor PNG dat immers optimale beeldkwaliteit belooft. Nu is dat waar als men voor PNG-24 kiest, maar niet voor het PNG-8 formaat. Het aantal kleuren wordt door PNG-8 drastisch verlaagd tot 256. Net zo armoedig als het GIF-formaat.

Maar zelfs de keuze voor PNG-24 is niet goed voor foto’s op het web. Want in dit formaat zijn de bestanden veel te omvangrijk, tot in de Megabytes. Vandaar dat je op veel sites van fotografen bijzonder langzaam ladende pagina’s aantreft met teveel foto’s in PNG-24 formaat.

Het is veel verstandiger om foto’s als JPEG op te slaan. De kwaliteit die je wenst kun je zelf bepalen. Een hogere kwaliteit zorgt weliswaar voor een groter bestand (en dus langere laadtijd) maar nog altijd vele malen kleiner dan het PNG-24 formaat. En bij een hoge kwaliteit JPEG is er geen kip die het verschil merkt. Laten we het perfectionisme uit onwetendheid noemen of zoals de Engelsen het formuleren: penny wise, pound foolish.

Tip: Gebruik uitsluitend JPEG (met een kwaliteit van 40-60) als bestandsformaat voor foto’s op het web.


Dezelfde afbeelding in jpeg kwaliteit 40 (26 kb), jpeg kwaliteit 90 (136 kb) en PNG-24 formaat (332 kb). Zoek de verschillen!

 

Misverstand 2 | Afbeeldingen op het web hebben een resolutie van 72 dpi

Foto’s online bestaan uit beeldpixels. Deze beeldpixels hebben geen afmeting en geen intrinsieke resolutie. Het zijn vierkante vlakken met een bepaalde kleur die geen afmeting, dus geen breedte en hoogte hebben. Maar waarom zie je sommige afbeeldingen op het web dan groot en andere klein? Omdat de ene afbeelding meer pixels heeft dan de ander en in principe één beeldpixels wordt geprojecteerd op één monitorpixel.

Dat is dan meteen de verklaring waarom een afbeelding op het ene apparaat veel ‘groter’ (lees op te meten met een liniaal) lijkt dan op een ander apparaat. Monitorpixels hebben namelijk wel een afmeting. Dus een afbeelding van 500 bij 500 pixels lijkt op een ouderwetse monitor (die 72 monitorpixels per inch bevatte) veel groter dan op een nieuwe monitor (met 384 monitorpixels per inch), maar het is en blijft 500 bij 500 pixels. Omdat de oudste monitoren 72 monitorpixels per inch bevatten, menen veel fotografen nog steeds dat webafbeeldingen ook een resolutie van 72 dpi hebben. De webafbeelding zelf echter heeft geen resolutie (in dpi of ppi); de monitor wel, maar dat heet met een beter woord: pixeldichtheid.

Tip: Wil je echt eens de technische aspecten (van foto’s en dus ook van bijvoorbeeld Photoshop) leren, volg dan bijvoorbeeld een cursus Photoshop bij Grafische Cursussen.

Monitorpixels in beeld van een oude en nieuwe smartphone. In de inzet (uitvergroting) kun je zien dat laptops, smartphones en televisies werken met de primaire kleuren rood, groen en blauw.
 

Misverstand 3 | Beeldpixels kun je omrekenen naar centimeters

Als een foto 1500 x 1000 pixels bevat, kun je dan uitrekenen hoeveel centimeter deze foto is? Het antwoord is nee, tenzij je er een resolutie aan koppelt. Een foto van 1500 x 1000 pixels kan 1 cm breed worden geprint of 10 meter breed, het maakt niet uit. Het zullen altijd 1500 x 1000 pixels blijven, maar in het eerste geval zijn de pixelblokken veel kleiner als er gedrukt wordt en daarom is deze foto op leesafstand scherper.
De reden voor dit misverstand is dat mensen zich niet goed kunnen voorstellen wat een beeldpixel eigenlijk is, namelijk een vierkant van een bepaalde kleur, maar zonder maat. Die maat wordt pas bepaald door het instellen van de resolutie. Bij de veel gehoorde resolutie van 300 dpi zullen de pixels voor deze foto dus 1/300 inch zijn of omgerekend 0,085 mm. Nu is 300 dots per inch niet helemaal hetzelfde als 300 pixels per inch, maar om het niet al te ingewikkeld te maken mag je 300 dpi wel vervangen door 300 ppi (pixels per inch). De totale foto (van 1500 x 1000 pixels) zal bij 300 ppi dus 12,75 cm x 8,5 cm geprint worden.

Een andere reden voor dit misverstand is dat mensen beeldpixels verwarren met monitorpixels. Deze monitorpixels hebben namelijk wel een afmeting, afhankelijk van jouw specifieke monitor. Tegenwoordig gaan er wel 325 monitorpixels op elke inch van je monitor, maar in vroeger tijden waren 72 monitorpixels per inch de standaard.

Tip: Een bepaalde beeldresolutie is van belang bij drukwerk, niet bij foto’s online.


Misverstand 4: De primaire kleuren voor beeldbewerking zijn rood, geel en blauw

Dit misverstand heeft zijn oorsprong in een ver verleden. Vanaf de renaissance wordt het gebruikelijk om rood, geel en blauw als primaire kleuren te zien. Officieel vastgelegd in 1613 in de ‘Optica’ van jezuïet Franciscus Aguilonius. Ook Rembrandt mengde rode, gele en blauwe verfsoorten om tot andere kleuren te komen.

Daarom heerst onder zeker onder schilders nog altijd de mening dat rood, geel en blauw de primaire kleuren zijn waarmee bijna alle andere kleuren kunnen worden samengesteld. Ook kleurtheoreticus Itten (jaartal) en talloze kunstenaars na hem hielden het op rood, geel en blauw als primaire kleuren en die mening rouleert tot op de dag van vandaag, ook onder fotografen.

Natuurlijk is het heerlijk schilderen met rood, geel en blauw, maar de wetenschap heeft tot andere conclusies geleid. In de eerste plaats bleken cyaan, magenta en geel veel beter om te mengen en diverse kleuren samen te stellen (eventueel aangevuld met zwart). Vandaar dat cyaan, magenta, geel en zwart de primaire kleuren voor drukwerk worden genoemd. Alle kleurafbeeldingen in boeken en tijdschriften zijn te herleiden tot deze 4 drukkleuren. Neem er maar eens een loep bij.
Maar er was nog iets anders aan de hand: licht uitstralende apparaten (zoals monitoren, je smartphone, een beamer, televisie etc.) werken ook met drie primaire kleuren en dat zijn nu juist rood, groen en blauw! Op oude televisies kun je dat nog met een loep beamen. Alle kleuren die je via bovengenoemde apparaten ziet, zijn eigenlijk een samenstelsel van rood, groen en blauw. Zo is wit de samenvoeging van rood, groen en blauw in volle projectie!

Tip: Wil je meer weten over werken met rood, groen en blauw en aanpassingen in Photoshop? Download dan het gratis Photoshop-boek van de website van Grafische Cursussen.


Extra misverstand bij drukwerk | De resolutie moet per se 300 dpi zijn

Hoewel dit misverstand niet voor online foto’s geldt, is het te wijdverbreid om niet te noemen. Het berust om verschillende redenen op onwaarheid. In de eerste plaats kun je de ‘gouden resolutieregel’ van 300 dpi (dots per inch) beter laten varen voor drukwerk als posters, banieren, gevelbekleding etc. Want dit soort drukwerk wordt niet op leesafstand bekeken, maar van een paar meter afstand of vanaf de overkant van de straat. Dan is een resolutie van 300 dpi niet nodig en soms zelfs problematisch omdat het drukprocedé langer zal duren. Vraag daarom de drukker welke resolutie in jouw specifieke situatie optimaal is.

In de tweede plaats hoeft ook een afbeelding in een boek niet altijd ingesteld te staan op minimaal 300 dpi. Dat komt omdat achtergrondfoto’s vaak helemaal niet scherp hoeven te zijn. Integendeel zelfs: als voor de achtergrond van een tekstblok een foto wordt gebruikt, kan deze foto maar beter weinig essentiële informatie bevatten en vaag zijn. Dat legt de nadruk op de tekst! Dus ook voor deze achtergrondfoto’s is een veel lagere resolutie voldoende.

In de derde plaats zien heel veel mensen niet of nauwelijks het verschil tussen 200 dpi en 300 dpi. Dus druk je op grof papier of heb je een enkele keer ‘slechts’ een foto van 200 dpi, wees dan niet te strikt in de leer. Niemand (behalve de controller bij de drukker) zal je overtreding van de gouden resolutieregel opmerken. 

Tip: wil je snel bepalen hoe groot een foto scherp kan worden gedrukt, deel dan het aantal pixels (bijv. 1500 x 1000 pixels) door 100 en denk in centimeters. Dan kom je uit op 15 x 10 cm. Zo is een foto van 750 x 400 pixels scherp te printen als je niet verder gaat dan 7,5 x 4 cm. Kleiner mag, groter betekent: vager. Deze snelle rekenmethode is niet helemaal gelijk aan 300 dpi maar komt neer op 254 dpi… Het verschil zal heel weinig mensen opvallen.