Foto

Elke dag ben ik bezig met het verbeteren van mezelf als fotograaf en het observeren van licht. Zelfs als ik door een raam naar buiten kijk ben ik met het licht bezig, omdat ik continue op zoek ben naar nieuwe manieren om met licht te werken en het vorm te geven. Jullie kennen mij als gecertificeerde Profoto-trainer, maar ik ben daarnaast ambassadeur voor Sony en Rotolight. Ik werk niet alleen met flitsers, maar ook regelmatig met continulicht. In dit blog vertel ik over de voordelen van continulicht en geef ik tips voor het maken van portretten zonder flitsers!

What you see, is what you get

Veel fotografen zijn een beetje ‘bang’ voor flitslicht. Continulicht is een kleinere stap om mee te beginnen voor het maken van portretten. Je hebt er wat minder technische kennis voor nodig. Het grootste voordeel is dan ook dat wat je ziet, precies is wat je krijgt. Je kunt het licht opstellen en zien wat het doet zonder naar je camera te hoeven kijken. Het geeft wat minder gedoe. Het instellicht van een flitser is trouwens niet vergelijkbaar met continulicht, omdat het instellicht zwakker is en een andere kleurtemperatuur heeft dan de flits zelf.

Tip 1: Durf te experimenteren

Zet de lamp op een willekeurige plek neer en ga ermee spelen. Zet ‘m iets dichterbij, wat verder weg, zet er een paraplu op en kijk wat het licht dan doet. Krijg je zacht licht? Krijg je hard licht? Wat is het resultaat als je het licht via een muur op je onderwerp laat bouncen? Hoe meer je hier mee experimenteert, hoe eerder je angsten voor het werken met licht bij jezelf wegneemt. En als je na het maken van de lichtopstelling je camera pakt, hoef je alleen nog maar de camera-instellingen aan te passen om een mooi portret te maken!

Tip 2: Meng meerdere lichtbronnen

Elke lichtbron heeft een eigen kleurtemperatuur. Met continulampen kun je licht heel goed mengen, zoals het aanwezige sfeerlicht in combinatie met jouw lamp? Op locatie kun je bijvoorbeeld een kleurtemperatuur van 3000-4000K hebben, maar de kleurtemperatuur van de Rotolight Anova, de Rotolight Neo II en de Rotolight AEOS kan ik aanpassen van 3150-6300K. Dit kun je stapsgewijs en feilloos instellen. Het continulicht kun je eenvoudig mengen met de omgeving en dat is niet alleen een voordeel voor fotografen, maar ook voor de combinatie met video.

Tip 3: Gebruik continulicht bij samenwerkingen

Zo kom ik meteen op het volgende voordeel van continulicht: samenwerken. Je bent fotograaf, videograaf of allebei, want het wordt steeds vaker gevraagd of je tussendoor wat kleine filmpjes kunt maken of dat er een videograaf tijdens de fotoshoot mee kan draaien. Hoe handig is het dan dat je allebei van het continulicht gebruik kunt maken? De omgeving, het model en het interieur zijn al goed uitgelicht, waardoor je tussendoor niet hoeft te schakelen. Het licht kun je allebei gebruiken in tegenstelling tot flitslicht, waarbij de fotograaf vaak het bestaande licht ‘wegflitst’. De resultaten van de foto en de video zijn daardoor verschillend, maar met continulicht ziet het er gelijkwaardig uit. Dit werkt sneller, je kunt tegelijkertijd werken én je hoeft tussendoor de instellingen niet te veranderen voor de ander.

Tip 4: Je hebt niet altijd een grote lamp nodig voor mooie foto's

De kleinste Rotolight, de NEO II, heb ik eigenlijk altijd in m’n tas zitten. De lamp is makkelijk mee te nemen, werkt op zes AA-batterijen en is veelzijdig in te zetten. Dit is een leuke en creatieve investering waar je gewoon lekker mee aan de gang kunt gaan. Ik raad het je echt aan om hier wat mee te proberen omdat je er mooie eindresultaten mee krijgt. Het continulicht is leuk voor foodfotografie en je gaat het licht steeds beter begrijpen. Hij is goed te gebruiken als invullicht en kan zelfs flitsen. Door de grootte is de Rotolight NEO II makkelijk te gebruiken in krappe ruimtes zoals in auto’s.

Tip 5: Gebruik het voor zachte portretten

Soms wil je het moment juist niet bevriezen met een korte flitsduur en het gehele portret wat zachter houden. Met flitsen zie je bij een model elke spanning in het gezicht terug. Zonder flits krijg je een heel ander beeld. En het scheelt je in de nabewerking, want de huid en spieren zijn al meer egaal in beeld en de poriën zijn kleiner. De Rotolight Anova is een vrij grote lamp en die gebruik ik in combinatie met een softbox of met een grote deep umbrella om grote oppervlaktes mee uit te lichten. Het is een sterke lamp die werkt op een V-mount accu. Er zijn ook barndoors en kleurfilters op te plaatsen. Samen met de barndoors, een grid en een transparante paraplu kan ik hier ruimtes goed mee uitlichten of een heel mooi portret van heel dichtbij maken.

Tip 6: Speel met sluitertijden

Om het beeld wat zachter te maken, kun je ook fotograferen met een wat langere sluitertijd. Bij continulicht gaat je ISO-waarde iets omhoog en ik werk graag met een open diafragma. Samen met een wat langere sluitertijd kan ik een veel zachter beeld creëren. Ik fotografeer met een Sony A7 R IV systeemcamera en de beeldstabilisatie vangt trillingen en bewegingen die ik niet wil, prima op. Wees dus niet bang om wat langere sluitertijden te gebruiken!

Met continulicht gaat je ISO-waarde iets omhoog en ik werk graag met een open diafragma vanwege de mooie scherptediepte. In combinatie met een wat langere sluitertijd kan ik bovendien een veel zachter beeld creëren - ik gebruik de Sony A7R IV systeemcamera en de beeldstabilisatie vangt het wel op. Dat zal ook bij jou zo zijn, zoek de grenzen maar eens op en bestudeer de resultaten.

Tip 7: Werk van achter naar voor

Het mooiste van het vak als fotograaf is dat je als lightshaper het licht kunt vormen. Licht is licht. Of het natuurlijk aanwezig daglicht, continulicht of flitslicht is. Als het natuurlijke licht al goed is, ga ik niet flitsen. Maar vaak vul ik het licht een klein beetje in – of dat nu met een continu Rotolight of met een Profoto flitser is. Maar je kunt alles met elkaar mengen.

Ik werk zelf veel met zacht licht. Mijn Rotolights gebruik ik regelmatig om de achtergrond met continulicht uit te lichten voor meer sfeer. En bij het model gebruik ik dan een hele zachte flits. Op de flitser zet ik een kleurcorrectiegel om het flitslicht aan de omgeving aan te passen.

Ik begin altijd van achter naar voren met lightshapen. Eerst moet de locatie goed uitgelicht zijn en dan pas zet ik het model neer en pak ik de lichtmeter erbij om lekker aan het werk te gaan. Deze werkwijze is snel en je hebt net íets meer voor je beeld. Rotolight en Profoto zijn samen een leuke en fijne combinatie. Het is juist een uitdaging voor mensen die alleen maar zweren bij flitslicht, probeer het maar eens. Lightshapen kan in elke situatie!

Wat zijn de verschillen tussen flitslicht en continulicht? Zowel flitsers als continulampen hebben hun eigen voordelen en nadelen. Op deze pagina leggen we uit wat voor invloed de keus van het soort licht heeft op hoe je fotografeert, op wat je kunt fotograferen en wat de ‘gevolgen’ zijn voor de camera instellingen.

Flitslicht

Flitslicht

 De lichtopbrengst is hoger dan continulicht
 Je kunt de meeste onderwerpen fotograferen
 Bewegingen bevriezen en scherpere foto's
 Er zijn meer lichtvormers beschikbaar
 Je ziet niet meteen wat het licht doet
 Een flitser moet na elke flits opladen
 Je hebt een lichtmeter nodig

Bekijk studioflitsers

 

Continulicht

Continulicht

 Je ziet direct wat het licht doet
 Je kunt continu fotograferen zonder oplaadtijd
 Je kan de lichtmeter van de camera gebruiken
 De lichtopbrengst is vaak lager dan flitslicht
 Invloed van ander licht in de omgeving
 Soms minder lichtvormers beschikbaar
 Je kunt niet alles fotograferen

Bekijk continulampen

 

Gebruiksgemak

Eén van de grootste verschillen tussen flitsers en continulampen is het gebruiksgemak. Bij continulicht zet je de lamp aan en zie je meteen hoe het licht op je onderwerp valt. Daarna kun je de camera instellingen bepalen en starten met fotograferen. Met flitslicht zie je niet direct wat het licht doet. Je zal vooraf testfoto's moeten maken en daarna je instellingen moeten finetunen. Natuurlijk heb je wel een instellicht waarmee je kan zien hoe het licht valt, maar dit is niet te vergelijken met het werken met continulicht.

Flitsers of continulicht kopen? - 1

Flitsers hebben een hogere lichtopbrengst

De maximale lichtopbrengst van een gemiddelde flitser is veel hoger dan het licht van een continulamp. Omdat de meeste continulampen een relatief laag vermogen hebben kun je last hebben van andere lichtbronnen uit de omgeving. Flitsers zijn krachtiger waardoor je hier geen last van hebt. Voor de gemiddelde fotoshoot is het vaak niet eens nodig om een flitser op maximaal vermogen te zetten.

Continulicht heeft geen oplaadtijd

Na het afgeven van een flits moet een flitser weer opladen voordat hij de volgende flits kan geven. Als je lekker aan het fotograferen bent kan de oplaadtijd van een flitser tussendoor best lang zijn. Sommige professionele flitsers hebben een korte oplaadtijd van nog geen halve seconde of hebben een pulse functie. Hierdoor kun je alsnog gebruik maken van de burst-modus van je camera. Continu licht hoeft tussendoor niet op te laden waardoor je continu door kan fotograferen.

Met flitsers heb je meer mogelijkheden

Door de hoge maximale lichtopbrengst van een flitser kun je zelfs met een kleiner diafragma (hoog getal) en een lagere iso met snelle sluitertijden fotograferen. Wil je met continulicht én een klein diafragma nog met snelle sluitertijden fotograferen dan moet de ISO vaak omhoog. Bij portret- food- of productfotografie kun je vaak gewoon gebruik maken van continulicht. Maar wil je je onderwerp echt bevriezen? Dan heb je flitslicht nodig. Denk bijvoorbeeld aan het fotograferen van beweegelijke kinderen, boksers in de studio of opspattende vloeistoffen. Dit kan wel met een flitser, maar lukt niet met continulicht.

Flitsers of continulicht kopen? - 2

Keuze in lichtvormers

Voor flitsers zijn er allerlei lichtvormers beschikbaar waarmee je het licht ‘vorm’ kan geven. Denk aan reflectoren, softboxen, beautydishes, snoots, grids en gekleurde gels. Op LED-panelen kun je deze lichtvervormers niet gebruiken. Als je alleen zicht licht wil gebruiken is dat niet erg, maar wil je meer mogelijkheden dan ben je met deze panelen beperkt. Gelukkig zijn er ook al heel veel continulampen met dezelfde aansluitingen als flitsers. Hierdoor worden de lichtvormers universeel en kun je op continlucht dezelfde accessoires gebruiken als op je flitsers.

Bekijk studio accessoires

Conclusie

Flitsers of continulicht? Er is niet per se één de beste. De keuze voor flitsers of voor continulicht hangt deels af van persoonlijke voorkeur, maar ook van wat je gaat fotograferen.

Wil je bewegingen bevriezen of met een klein diafragma werken? Kies dan voor flitslicht. Door de kracht van flitsers kun je gemakklijker grote onderwerpen fotograferen. Daarnaast kun je flitsers beter gebruiken als je details en textuur van make-up, kleding of interieur zichtbaar wil maken.

Met continulicht is de lichtopbrengst lager, maar zie je wel direct wat je doet en kun je continu door fotograferen. Daardoor is continulicht perfect voor portretfotografie, foodfotografie en productfotografie. Doordat je met continulicht werkt en er geen flitsen af gaan is dit licht ook ideaal voor newborn shoots enhet fotograferen van huisdieren.

De eerste paddenstoelfoto’s van het jaar heb ik al gemaakt! Houd de natuur daarom goed in de gaten en weet dat paddenstoelen goed groeien in relatief warme en vochtige omstandigheden. Met name in de herfst is de grond vaak nog warm, de temperatuur nog relatief hoog en valt er over het algemeen ruimschoots regen. Hét moment bij uitstek waarop paddenstoelen zich laten zien en je ze kunt fotograferen. In dit blog geef ik je 10 handige tips!

Tip 1: Een regenbui doet wonderen

Een regenbui doet wonderen voor het bos. Nat mos, natte bladeren en een bescheiden zonnetje: de ideale omstandigheden om een sfeervol herfstplaatje te maken van aanwezige paddenstoelen. Licht gecombineerd met nattigheid doet fantastische dingen. Ook zijn de kleuren intenser en krijg je meer ‘drama’ in je plaatje. Gebruik eventueel een polarisatiefilter om de mate van reflecties te minderen.

Tip 2: Stel handmatig scherp

Haal je camera van de autofocus stand en stel handmatig scherp. Waarom? Als je zelf wilt bepalen waarop je scherpstelt is dit een must. Wanneer er in de voorgrond materiaal aanwezig is zoals takjes en blaadjes, kun je er op deze manier voor zorgen dat je toch scherpstelt op de plek die je scherp in beeld wilt hebben. In plaats van dat de focus ‘per ongeluk’ op het stokje net voor je onderwerp ligt, kun je de scherpstelling zelf op de paddenstoel leggen.

Tip 3: Neem er de tijd voor

Deze tips is wellicht een dooddoener, maar het is absoluut waar. Je onderwerp blijft staan waar het staat. Neem dus de tijd om de paddenstoel(en) van diverse hoeken te bekijken en ontdek wat er gebeurt als je iets meer afstand neemt. Je hebt genoeg tijd om op zoek te gaan naar juist dat mooie licht of net die mooie voorgrond of achtergrond. Beweeg je camera gewoon om je onderwerp heen en zie wat het effect daarvan is op je scherm of in de zoeker.

Tip 4: Kies een laag standpunt

Als je vanaf een laag standpunt (oogpunt onder het voorwerp) met je camera beweegt zie je heel nadrukkelijk de invloed van het licht dat door de vegetatie of regendruppels schijnt. Begin bij deze zoektocht met een groot diafragma (f/2.8 bijvoorbeeld) maar kijk ook eens wat er gebeurt bij een iets kleiner diafragma (zoals f/4.0). Maak zeker gebruik van het kikvors- of kikkerperspectief!

Tip 5: Neem handige dingen mee

In mijn eerdere blog, over het fotograferen van bloemen, schreef ik al over het nut van een zaklampje en over boterhamzakjes. Ook bij het fotograferen van paddenstoelen zijn deze accessoires erg leuk. Omdat het licht in de herfst wat minder nadrukkelijk aanwezig is, kan het handig zijn een paddenstoel aan de voorzijde wat op te lichten. Een stukje aluminiumfolie is goed bruikbaar als alternatief reflectieschermpje.

En flink verkreukeld aluminiumfolie (maak er eerst een propje van en vouw het daarna weer uit) kan, wanneer je bijvoorbeeld kleine stukjes neerlegt in het onscherpe gebied vlak voor je lens, leuke effecten creëren met licht. Om dit te versterken kun je er zelfs nog met een verstuiver, water op spuiten.

Tip 6: Wees je bewust van de grootte

Dit vind je wellicht een vreemde tip, maar weet dat de grootte van de paddenstoel een heel belangrijke is. Hoe kleiner de paddenstoel, hoe relatief dichter je op het onderwerp zit om deze op de gewenste grootte in beeld te krijgen, hoe zachter het plaatje wordt. Een heel klein paddenstoeltje kun je gemakkelijker wat verder weg in je beeld plaatsen zonder je zachtheid te verliezen. Wanneer je dat doet met een grote paddenstoel, denk aan een exemplaar van 15 tot 20 centimeter groot, dan zul je merken dat deze aanzienlijk verder van je lens staat. Het scherptegebied is dan verder van je lens en daardoor is het beeld drukker.

10 tips voor het fotograferen van paddenstoelen - 4

Tip 7: Gebruik materiaal uit je omgeving

Wanneer ik het bos in ga, begin ik eigenlijk meteen met verzamelen van kleuren. Mooi gekleurde bladeren die je her en der op de grond kunt vinden, gaan meteen in de jaszak om eventueel te gebruiken in een compositie met de paddenstoelen. Kleurtjes en vormen toevoegen in het onscherpe gebied leveren vaak fantastische extra’s op in je uiteindelijke foto.

Ik kan mij compleet verliezen in het schikken en herschikken van al dit materiaal in de hoop een nog mooier plaatje te creëren. Denk daarbij aan het plaatsen van kleur of vorm in het bovenste deel van je foto. Dit kun je doen door bladeren met behulp van een Wimberley PP-200 The Plamp II van bovenaf te laten komen. Hetzelfde effect kun je bereiken door met bijvoorbeeld wasknijpers gekleurde bladeren aan een stokje of satépen te bevestigen.

Tip 8: Let op ‘verplaatsbare paddenstoelen’

Ik bedoel hiermee niet een doosje champignons uit de supermarkt, maar bijvoorbeeld een paddenstoeltje op een dennenappel. Deze kun je (volgens mij straffeloos, maar ik hoor graag als ik dit mis heb) makkelijk verplaatsen en op een net iets fotogenieker plekje neerleggen om een nog mooier plaatje te kunnen maken.

Tip 9: Eigenlijk is niets te gek

Als je nu toch bezig bent met gekleurde bladeren, aluminiumfolie en wasknijpers, beperk je dan niet tot wat ik hierboven al schreef. Laat je fantasie de vrije loop en experimenteer met materialen en hulpmiddelen. Ik ben benieuwd wat er nog meer wordt geprobeerd en uitgedacht. Laat me dat dan gerust weten in de comments, want ook ik wil blijven leren...

Tip 10: Lees mijn vorige blog

Veel van de tips die ik in mijn vorige blog heb vermeld, zijn bij het fotograferen van paddenstoelen heel goed bruikbaar. Nu heb je heel veel tips die je kunt gebruiken voor wanneer je het bos in gaat om foto's te maken!

Alle in dit blog voorkomende foto’s zijn trouwens gemaakt met een Canon EOS 6D Mark II spiegelreflexcamera en het Canon EF 100mm f/2.8L Macro IS USM objectief. Ik ben benieuwd wat voor moois jullie gaan maken en wens jullie heel veel plezier met de paddenstoelen!

Landschappen, blue hours en interieurfotografie. Dat is waar mijn primaire foto interesse ligt. Veelal gebruik ik een groothoeklens soms een 50mm standaard lens, denk aan mijn 50mm avontuur eerder dit jaar, of een 70-200mm telelens. Wat ik nooit of te nimmer heb gedaan is macrofotografie. Toen CameraNU.nl vroeg of ik iets over macrofotografie wilde doen direct ja gezegd. In deze nieuwe blog mijn eerste avonturen met macrofotografie, met dank aan Sigma Benelux die me belangeloos twee macro objectieven beschikbaar stelden, de Sigma 105mm f/2.8 Macro EX DG OS HSM en de Sigma 180mm f/2.8 EX DG OS APO HSM Macro lens.

Mijn beleving bij macrofotografie

Macrofotografie zie ik regelmatig voorbijkomen bij collega fotografen die ik volg. Ik heb er al jaren een onbewust beeld en vooroordeel bij. Laatst was ik in Burgers' Zoo en liep daar tussen de vlinders met mijn compacte Canon G7 X compact camera (met macro-stand). De vlinders vond ik zo leuk dat ik wel moest fotograferen. Dus met de compacte camera super dichtbij deze diertjes en ik maar denken dat ik macrofotografie aan het plegen was. Trots deelde ik mijn eerste macrofoto. Alleen uit de reacties werd het mij al snel duidelijk: "Dit was geen macrofotografie!".

Macrofotografie voor dummies - 1

Dus nadat ook CameraNU.nl vroeg of ik iets met macrofotografie wilde doen, heb ik maar eerst eens wat zoekwerk op internet gedaan: "Officieel spreek je pas van een macrofoto als het onderwerp op ware grootte op de beeldsensor wordt afgebeeld. Deze verhouding van 1:1 noemen we de afbeeldingsmaatstaf. Het onderwerp wordt dan vergroot noch verkleind. Met een verhouding van 1:2 is het sensorbeeld slechts de helft van het origineel en spreken we eerder van een close-up. Groter maken dan in werkelijkheid kan ook. Met een verhouding als 2:1 of hoger kun je minieme details echt enorm opblazen.".

Er zijn een aantal technieken om macrofoto's te maken. Pffttt 1:1, afbeeldingsmaatstaf? 1:2 is het sensorbeeld slechts de helft van het origineel? Snap jij het nog? Ik niet! En dan als ik verder lees gaat het over voorzetlenzen, tussenringen of een macro objectief. Ik moest direct aan die serie boeken denken met als titel 'Macro voor Dummies'. Kortom: zo begint mijn Macro voor dummies reis.

Het macro plan

Zoals ik al vaker aanhaal in mijn blogs, het begint met een plan. Wat wil ik visualiseren en in dit geval wat wil ik leren? Daarbij komt ook nog eens, waar vind ik de kennis. Want als je zelf de kennis niet hebt, dan kun je die kennis mogelijk vinden bij bevriende fotografen. Gelukkig wilde Sander Grefte me wel meenemen om paddenstoelen buiten te fotograferen. Wim Boon wilde me wel meenemen naar Blijdorp om daar vlinders te fotograferen en Patrick van Wolferen wilde me wel leren hoe ik mooie macro’s van bloemen kon maken. En zo was het plan klaar. Herfstmacro's in het bos met als insteek paddenstoelen. Vlindermacro’s in de dierentuin en bloemenmacro’s in de tuin. Let’s go!

Herfstmacrofotografie in het bos

Op een bewolkte zaterdagochtend – ideaal weer voor macro fotografie – het bos in. Als tip kreeg ik vooraf te horen: "Neem iets mee om op te kunnen liggen!". En zo liepen we speurend met onze blikken naar de grond gericht te zoeken naar paddenstoelen. Sommige niet groter dan mijn pink! Ook kwam ik er al snel achter dat mijn statief (Sirui Reporter Carbon R-2204 met K-20X balhoofd) geschikt is voor het betere macro werk. Mede dankzij de makkelijk uitneembare middenzuil en zo de camera op de kop tussen de steunpoten kon plaatsen. Want macro en statief, zeker voor dit soort werk is het onmisbaar. Ook het hebben van een zogeheten kersenpitzak of rijstzak is een handig accessoire. En dan na enige instelwerk, want inzoomen op waar jij de scherpte wilt hebben en kijken hoe dat uitpakt, verschijnt daar dan de eerste macrofoto op mijn camera.

Macrofotografie voor dummies - 2

Vooral rustig werken en vooral je camera of je statief aanstoten is echt niet fijn, want dan kun je weer opnieuw beginnen. Liveview is voor mij al een uitkomst in fotografie, maar is met macrofotografie helemaal een uitkomst. Voor je er erg in hebt ben je een uurtje verder en dan heb je als 'macro dummie' net twee verschillende plekjes gedaan. Vooral het spelen met waar jij je scherpte wil, die mooie wazige achtergronden krijgen en wat wil je laten zien vs. wat kun je laten zien. Erg leuk om te doen. Des te groter je diafragma, des te minder je scherp ziet…. Des te kleiner je diafragma, des te onrustiger je beeld wordt...

Op een zeker moment wil ik steeds lager bij de grond. "Had ik nu maar een schepje om mijn camera in te graven...". Handig is een kersenpitzak om je camera op te laten rusten, maar ook onhandig want hoe ga je scherpstellen als je camera op die zak ligt? Ik tilde de camera iets op en voor ik het wist is je zorgvuldig gemaakte scherpte weer om zeep.... En hoe kijk je door je zoeker of beoordeel je de scherpte op liveview als je camera al op de grond ligt? Wat een uitdaging, maar wat ontzettend leuk om te doen als je de beelden met die fijne kleuren en details tevoorschijn ziet komen! Ik leerde hier vooral het telkens volgens een vast patroon rustig te werken. En zo zien dat waar jij scherpte wilt, je die ook kunt krijgen.

Macrofotografie voor dummies - 3
Macrofotografie voor dummies - 4
Macrofotografie voor dummies - 5

Mijn tweede macro voor dummies uitdaging ging ik aan met de hulp van Wim Boon! Hij laat al jaar en dag fraaie macro opnames van vlinders in de vrije natuur zien. Helaas is het herfst en is het niet echt het ‘buiten vlinders fotograferen seizoen’. Maar na mijn eerste zogenaamde macro-avontuur in Burgers Bush, heb ik afgesproken om met Wim vlinders te fotograferen in Blijdorp Amazonica. Dit is wel andere koek dan vlinders buiten, immers het is warm in Amazonica in Diergaarde Blijdorp Rotterdam. Dus de vlinders dartelen en fladderen er lustig op los. Dit in tegenstelling tot in de vroege ochtenden buiten, dan kunnen ze pas vliegen, totdat ze opgewarmd zijn vertelde Wim me. En tot die tijd zitten ze muisstil. Gelukkig gaan de vlinders zo nu en dan in Amazonica wel stilzitten en laten zich dan prima fotograferen. Snelheid is dan wel vereist.

Macrofotografie voor dummies - 6

Drie tips

Wat Wim me direct leerde is om mijn camera op 1-punts AF met het kleinste scherpstelpunt te zetten, zodat je waar je focust ook de scherpte legt. Tweede punt is te ontdekken hoe vast je uit de hand kunt fotograferen en zo op zoek kunt naar de ideale balans tussen sluitertijd en ISO. Immers binnen in deze ruimte is het ondoenlijk om met statief te werken. Misschien nog wel met een monopod, maar voordat je de camera op de juiste hoogte hebt, is de vlinder al gevlogen. Dus uit de hand. We begonnen op ISO800 maar al snel merkte ik dat, om voldoende sluitertijd te hebben en de vlinders scherp op de foto te krijgen, ISO1600 voor mij een betere keus zou zijn. Gelukkig kan mijn Canon EOS 5D Mark III hier prima mee omgaan. Kortom een stabiele houding is nog best een ding.

Macrofotografie voor dummies - 7

Evenwijdig

De derde tip heeft te maken met diafragma en evenwijdig aan je onderwerp fotograferen. Hoe groter je diafragma, dus te lastiger om de vlinders helemaal scherp te krijgen, maar des te mooier omdat de soms drukke achtergrond mooi uitgewassen wordt. Kortom het werd hard werken om de juiste scherpe beelden te maken kwam ik al snel achter. Daarbij leerde ik vooral dat evenwijdig aan je object fotograferen het mooiste resultaat geeft. Daarbij continu spelend met ISO en dus je sluitertijd op niveau te houden. In de schaduw zitten ze stil dus dan weer snel naar een hogere ISO waarde voor een juiste belichting en zo ben je voortdurend bezig. Op zich is het dan handig om op je camera snel en blindelings je camera-instellingen te kunnen veranderen! Mijn vooroordeel dat macrofotografie saai zou zijn, heb ik hier direct losgelaten in Amazonica. Wat is dit lastig, goed opletten en hard werken zeg. Ook gemerkt dat het fotograferen van vlinders op deze manier het uiterste van jezelf en je apparatuur vraagt.

Een uitdaging voor je fotospullen

Het uiterste van je apparatuur vraagt, omdat zodra je je spullen uit de tas haalt alles beslaat en je dan geduld moet hebben dat je camera weer opdroogt. Ook vochtbestendigheid is dan een vereiste! Omdat het licht telkens verandert wil je makkelijk en snel naar hoge ISO’s wisselen en dit moet je camera aankunnen. En zeker niet onbelangrijk, de autofocus van je lens en je camera. De Sigma 105mm is een uitstekende lens voor het rustigere macro fotografie werk, waar je onderwerpen statisch zijn. Op het moment dat de onderwerpen bewegen en je wilt gebruik maken van de autofocus, dan stel je camera en lens op de proef. Schroef je de Sigma 180mm er op, dan merk je direct een verschil qua focus snelheid. Handmatig scherpstellen is dan een uitkomst!

Anderzijds de Sigma 180mm f/2.8 lens maakt het vanwege zijn 'forse gewicht' in deze dynamische macro uitdaging niet makkelijker als fotograaf, maar wel makkelijker dankzij de snellere autofocus. Ook is de achtergrond onscherpte 'bokeh' bij de 180mm. vanwege zijn langere brandpuntsafstand nog mooier dan de 105mm. Kortom ik leerde hier dat de juiste spullen passend voor de opdracht essentieel zijn. Dat je snel moet schakelen tussen de nieuwe lichtomstandigheden en voorzichtig je onderwerp benaderen essentieel is om die vrolijke gevleugelde vlinders acceptabel vast te leggen!

Macrofotografie voor dummies - 8
Macrofotografie voor dummies - 9

Na mijn derde macro voor dummies oefening werd het mij duidelijk. Macrofotografie is ontzettend leuk. Okay, ik zal niet overdrijven, maar naast mijn passie om fraaie landschappen of blue hours te fotograferen is macro gewoon ontzettend leuk. En vooral als je niet de tijd hebt, of zin hebt om erop uit te trekken voor een foto. Of omdat de lichtcondities verre van optimaal zijn, dan kun je eigenlijk twee vliegen in een klap slaan. En je verrast moeders de vrouw of man en geeft haar een vaasje mooie bloemen. Zij een fraai kleinigheidje en jij een zondagochtendje fotopret. Of het is een grijze dag buiten, dan trek je het bos in en ga je opzoek naar micro landschapjes of je zoekt die vaas met bloemen op.

Macrofotografie voor dummies - 10

Enfin voor deze derde macro voor dummies met fotobuddy Patrick van Wolferen aan de slag gegaan met wat bloemen (helaas zonder bijen). Vooral geprobeerd 1:1 beelden te maken en dus met enige abstractie te werken.

Macrofotografie voor dummies - 11

Mijn belangrijkste leermoment, zeker als je 1:1 wilt fotograferen, dat het wel erg handig is om een klein aanwijsstokje te hebben. Dat helpt je om net die ene bloem aan te kunnen wijzen en weet waar je moet focussen als je door je zoeker of op liveview niet je scherpstelpunt kunt vinden!

Macrofotografie voor dummies - 12

Leuke is ook dat je voor het fotograferen bloemen en planten zo kunt plaatsen zoals jij wilt. Handig, want nu hoef je niet plat op de grond te liggen. Zo zaten we comfortabel buiten met het statief voor ons uiteindelijk een spin, een bolchrysant en viooltje te fotograferen. Ook geëxperimenteerd met een spuitbusje met water voor wat speciale effecten.

Macrofotografie voor dummies - 13

Tot slot

Tot slot in deze macro voor dummies, ook al heb je er nog niets mee, zoek een fotomaatje op die het wel doet en probeer macrofotografie zelf ook eens. Het is leuk! Het is even schakelen van bijvoorbeeld weidse landschappen naar een macro lens van 105mm met een 1:1 vergrotingsmaatstaf en een scherpstelafstand van minder dan een paar luttele centimeters. Maar als je dan die foto’s ziet die je kunt maken...

Ik heb geleerd dat macrofotografie zeker niet saai is, een goed statief naast het vaste hulpmiddel van me, een draadontspanner onmisbaar zijn. Ook je macro lens aan een lensgondel hangen onder je statief maakt het leven als macrofotograaf makkelijk, want je hoeft de camera niet op de kop te bedienen. En als het kan benut die camera met een kantelschermpje of als je camera dat niet heeft overweeg dan een hoekzoeker. Houd in elk geval rekening met een oplossing om comfortabel en droog op de grond te liggen en zeker in het bos, een kersenpitzak is ideaal. Uiteindelijk geldt als zoveel in fotografie 'oefening baart kunst', maar bij macrofotografie vooral door telkens op de details te letten. Maar als je dan eenmaal bent begonnen, dan vliegt de tijd.

Macrofotografie voor dummies - 14

Android is het meest gebruikte besturingssysteem ter wereld en in het kader van deze FAQ-special vind je hier de antwoorden op veelvoorkomende Android-vragen. In dit artikel: Hoe kan ik het beste mijn foto’s opslaan?

Android 2 2
Bij een back-up worden vaak niet alle foto’s meegenomen, maar het is sowieso handig(er) om je foto’s op te slaan in de Google Foto’s-app, zodat al je afbeeldingen en video’s in de cloud worden opgeslagen. Bovendien kun je zo voortaan overal gemakkelijk bij je foto’s. Heb je nog geen Google Foto’s op je Android-toestel staan, download de app dan van de Play Store. Installeer de app en ga hier naartoe, ook als je je foto’s nog niet automatisch synchroniseert met Google Foto’s. Tik vervolgens op de drie horizontale streepjes (hamburgermenu) links bovenin, druk nu op Instellingen en vervolgens Back-up en synchronisatie.

Hier kun je het schuifje bij Back-up en synchronisatie op aan zetten en zie je ook hoeveel ruimte je (over)hebt.